Balans per 31 december 2025 na resultaatbestemming
| Activa | 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | |||||
| Vastgoedbeleggingen | (1) | ||||
| DAEB-vastgoed in exploitatie | 1.065.936.445 | 1.035.567.707 | |||
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 44.505.847 | 41.827.078 | |||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.047.522 | 2.803.621 | |||
| 1.111.489.812 | 1.080.198.406 | ||||
| Materiële vaste activa | (2) | ||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 1.173.606 | 933.372 | |||
| 1.173.606 | 933.372 | ||||
| Financiële vaste activa | (3) | ||||
| Latente belastingvorderingen | 928.528 | 716.528 | |||
| Overige effecten | 1.219 | 1.219 | |||
| 929.747 | 717.747 | ||||
| Som van vaste activa | 1.113.593.164 | 1.081.849.525 | |||
| Vlottende activa | |||||
| Voorraden | |||||
| Overige voorraden | 151.764 | 222.915 | |||
| 151.764 | 222.915 | ||||
| Vorderingen | (4) | ||||
| Huurdebiteuren | 389.214 | 429.448 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 1.112.000 | 1.677.964 | |||
| Overige vorderingen | 0 | 0 | |||
| Overlopende activa | 929.063 | 844.668 | |||
| 2.430.277 | 2.952.080 | ||||
| Liquide middelen | (5) | 8.481.971 | 3.604.947 | ||
| Som van vlottende activa | 11.064.012 | 6.779.941 | |||
| Totaal van activa | 1.124.657.176 | 1.088.629.467 | |||
| Passiva | 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | (6) | ||||
| Herwaarderingsreserve | 722.501.425 | 712.078.091 | |||
| Overige reserves | 90.229.758 | 93.403.323 | |||
| Totaal van eigen vermogen | 812.731.184 | 805.481.414 | |||
| Voorzieningen | (7) | ||||
| Voorziening onrendabele investeringen | 38.597.162 | 34.657.222 | |||
| Latente belastingverplichtingen | 0 | 2.818.000 | |||
| Overige voorzieningen | 431.556 | 420.974 | |||
| Totaal van voorzieningen | 39.028.719 | 37.896.196 | |||
| Langlopende schulden | (8) | ||||
| Schulden aan overheid | 2.659.508 | 3.085.961 | |||
| Schulden aan banken | 239.340.027 | 221.534.573 | |||
| Totaal van langlopende schulden | 241.999.535 | 224.620.534 | |||
| Kortlopende schulden | (9) | ||||
| Rekening-courant bank | 0 | 0 | |||
| Schulden aan overheid | 426.453 | 407.524 | |||
| Schulden aan banken | 10.194.546 | 7.700.030 | |||
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 3.018.028 | 3.422.056 | |||
| Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen | 1.719.400 | 1.918.549 | |||
| Schulden ter zake van pensioenen | 67.702 | 57.444 | |||
| Overige schulden | 12.067.936 | 4.160.691 | |||
| Overlopende passiva | 3.403.674 | 2.965.029 | |||
| Totaal van kortlopende schulden | 30.897.739 | 20.631.323 | |||
| Totaal van passiva | 1.124.657.176 | 1.088.629.467 | |||
Winst- en verliesrekening over 2025
| 2025 | 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Huuropbrengsten | (10) | 48.665.079 | 45.795.465 | ||
| Opbrengsten servicecontracten | (11) | 3.195.344 | 3.105.784 | ||
| Lasten servicecontracten | (12) | -3.156.865 | -3.034.954 | ||
| Lasten verhuur- en beheeractiviteiten | (13) | -2.818.969 | -2.249.529 | ||
| Lasten onderhoudsactiviteiten | (14) | -18.473.024 | -18.852.620 | ||
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | (15) | -5.332.376 | -4.826.265 | ||
| Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 22.079.189 | 19.937.881 | |||
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 1.207.714 | 1.568.043 | |||
| Toegerekende organisatiekosten | -115.731 | -115.104 | |||
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.011.251 | -1.186.473 | |||
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | (16) | 80.732 | 266.467 | ||
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | (17) | -13.321.719 | -35.664.028 | ||
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | (18) | 7.820.071 | 93.138.210 | ||
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -5.501.648 | 57.474.182 | |||
| Overige organisatiekosten | (19) | -1.596.679 | -1.516.691 | ||
| Kosten omtrent leefbaarheid | (20) | -866.674 | -732.646 | ||
| Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | (21) | 30.791 | 1.894 | ||
| Rentelasten en soortgelijke kosten | (22) | -5.762.357 | -5.258.458 | ||
| Totaal van financiële baten en lasten | -5.731.566 | -5.256.563 | |||
| Totaal van resultaat vóór belastingen | 8.463.354 | 70.172.630 | |||
| Belastingen | (23) | -1.213.585 | -1.457.000 | ||
| Totaal van resultaat na belastingen | 7.249.770 | 68.715.630 | |||
Kasstroomoverzicht over 2025
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||||
| Ontvangsten | ||||
| Huurontvangsten | 48.405.705 | 45.472.826 | ||
| Vergoedingen | 3.123.296 | 3.174.184 | ||
| Overige bedrijfsontvangsten | 170.004 | 177.910 | ||
| Saldo ingaande kasstromen | 51.699.005 | 48.824.920 | ||
| Uitgaven | ||||
| Betalingen aan werknemers | 5.810.400 | 5.054.937 | ||
| Onderhoudsuitgaven | 15.002.115 | 14.143.150 | ||
| Overige bedrijfsuitgaven | 10.273.680 | 11.748.718 | ||
| Betaalde interest | 5.263.668 | 5.308.036 | ||
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 127.138 | 67.582 | ||
| Verhuurderheffing | 0 | 0 | ||
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden | 414.589 | 407.423 | ||
| Vennootschapsbelasting | 3.677.621 | 423.492 | ||
| Saldo uitgaande kasstromen | 40.569.211 | 37.153.338 | ||
| Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten | 11.129.794 | 11.671.582 | ||
| (Des)investeringsactiviteiten | ||||
| MVA ingaande kasstroom | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet gelegenheden | 1.208.285 | 1.568.767 | ||
| (Des)Investeringsontvangsten overig/ subsidieontvangsten | 6.439.906 | 0 | ||
| Tussentelling ingaande kasstroom MVA | 7.648.191 | 1.568.767 | ||
| MVA uitgaande kasstroom | ||||
| Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB | 6.939.559 | 4.350.077 | ||
| Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB | 0 | 0 | ||
| Verbeteruitgaven, woon- en niet woongelegenheden DAEB | 26.754.261 | 26.220.372 | ||
| Verbeteruitgaven, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB | 0 | 0 | ||
| Investeringen overig | 55.281 | 0 | ||
| Tussentelling uitgaande kasstroom MVA | 33.749.101 | 30.570.449 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -26.100.910 | -29.001.682 | ||
| FVA | ||||
| Ontvangsten overig | 0 | 0 | ||
| Uitgaven overig | 0 | 0 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa | 0 | 0 | ||
| Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten | -26.100.910 | -29.001.682 | ||
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Ingaand | ||||
| Nieuwe te borgen leningen DAEB | 25.000.000 | 23.000.000 | ||
| Opname roll over lening | 27.000.000 | 0 | ||
| Uitgaand | ||||
| Aflossing geborgde leningen | 32.128.500 | 11.296.750 | ||
| Aflossing ongeborgde leningen | 23.360 | 23.360 | ||
| Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten | 19.848.140 | 11.679.890 | ||
| Mutatie van geldmiddelen | 4.877.024 | -5.650.107 | ||
| Wijziging kortgeld | 0 | 0 | ||
| Geldmiddelen per 1 januari | 3.604.947 | 9.255.157 | ||
| Geldmiddelen per 31 december | 8.481.971 | 3.604.947 |
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemene toelichting
Activiteiten
Christelijke Woningstichting Patrimonium (hierna: Patrimonium Groningen), is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De stichting stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet.
De activiteiten van Christelijke Woningstichting Patrimonium zijn erop gericht mensen te huisvesten die zelf moeilijk in eigen huisvesting kunnen voorzien, in en rondom Groningen.
Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister
Patrimonium Groningen is feitelijk en statutair gevestigd aan de Peizerweg 136 te Groningen en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 02028302.
Continuïteit
De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.
Regelgeving
De jaarrekening van Patrimonium Groningen is opgesteld volgens de bepalingen van de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 645 toegelaten instellingen volkshuisvesting en in overeenstemming met de vereisten bij en krachtens de Wet Normering Topinkomens (WNT).
De jaarrekening is opgemaakt op 8 juni 2026.
Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening
De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd tegen kostprijs.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Oordelen, schattingen, veronderstellingen en onzekerheden
Bij de toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van Patrimonium Groningen zich diverse oordelen en schattingen. Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de jaarrekening in toekomstige jaren.
De belangrijkste oordelen en schattingen hebben betrekking op de vastgoedbeleggingen in exploitatie (zowel DAEB als niet-DAEB), de voorzieningen, de waardeveranderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de hiervoor genoemde jaarrekeningposten.
Schattingen en veronderstellingen
Patrimonium Groningen maakt de schattingen en veronderstellingen op basis van de omstandigheden en informatie beschikbaar op het moment van opmaak van de jaarrekening. Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Patrimonium Groningen. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn:
Scheiding DAEB/niet DAEB
Voor de scheiding DAEB niet/DAEB worden in lijn met voorgaande jaren de uitgangspunten uit het scheidingsvoorstel van het AW gevolgd. Daar waar mogelijk vindt een directe toewijzing van kosten en baten plaats.
Waardering vastgoedbeleggingen
Patrimonium Groningen waardeert de vastgoedbeleggingen tegen de actuele waarde waarbij veranderingen in de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verantwoord. De reële waarden van de vastgoedbeleggingen zijn bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). Voor het bepalen van de actuele waarde van de woningen (buiten het aardbevingsgebied) is de basisversie van het handboek toegepast. In sommige gevallen zijn de reële waarden van de vastgoedbeleggingen bepaald aan de hand van recente transacties met gelijksoortige kenmerken en locaties als het vastgoed van Patrimonium Groningen.
Patrimonium Groningen heeft onafhankelijke waarderingsexperts ingeschakeld voor het bepalen van de reële waarde van het bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed, intramuraal zorgvastgoed en het bezit in het aardbevingsgebied. De waardering is het meest gevoelig voor veranderingen van de disconteringsvoet. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.
Bijzondere waardeverminderingen
Patrimonium Groningen beoordeelt op elke balansdatum of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De beoordeling heeft niet geresulteerd in een bijzondere waardevermindering in het huidige boekjaar.
Latente belastingvorderingen
De waardering van latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium Groningen, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Patrimonium Groningen betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd.
Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de hoogte van de latente belastingvorderingen, wordt verwezen naar de toelichting op de financiële vaste activa.
Consolidatie
De vrijstelling voor consolidatie geldt voor deelname in Verenigingen Van Eigenaren (VvE) omdat het aandeel in de VvE van verwaarloosbaar belang is op het totale beeld van de jaarrekening (artikel 407, lid 1 Titel 9 Boek 2).
In onderstaand tabel staan de VvE’s waarin Patrimonium participeert:
| Akerkhof/Schoolholm | Hereweg 17/17A/17B/17C | Molukkenstraat 126 t/m 140 |
| Coehoornsingel 77/77A | Joachim Altingstraat 9,11 en 11A | Oosterweg 44 en Oliemulderstraat 1 |
| Coehoornsingel 81/81A | Jonkerstraat 22-24 | Rabenhauptstraat 20 tm 20F |
| Coehoornsingel 83/83A | Kleine Molenstraat 1/1A/1B/3/3A/3B | Radijsstraat 91/91A |
| Driemolendrift 12/12A/12B | Kleine Molenstraat 10 - 10E | Stationsstraat 14, 14A t/m 14C |
| Floresstraat 13t/m 19a | Kleine Steentilstraat 2/2A/2B | Steentilstraat 21 tm 21F |
| Ganzevoortsingel 1/1A | Lodewijkstraat 14/14A | Verzetstrijderslaan 10 t/m 218 (even) |
| Ganzevoortsingel 9/9A | Lodewijkstraat 18/18A | Warmoesstraat 39-41/39A/41A |
| Ganzevoortsingel 29-33 | Mauritsstraat 4 t/m 8B | Winschoterkade 6/6A/6B |
| Ganzevoortsingel 36/36A | Merwedestraat 16 t/m 22 | Winschoterkade 155C t/m 155H en 155K |
| Ganzevoortsingel 42/42A | Moesstraat 74 - 78C | |
Salderen
Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:
- een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
- het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.
Aardbevingen
Patrimonium Groningen heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft in het verleden, nu en in de toekomst effect op onder meer de bedrijfsvoering en het vastgoed en de hieraan gerelateerde risico’s. De effecten van aardbevingen voor Patrimonium Groningen zijn:
1. De risico’s en de beheersing op het gebied van vastgoed en bedrijfsvoering;
2. De reeds ontstane schade en de afhandeling hiervan;
3. De waarde en waarderingseffecten op het vastgoed in exploitatie en vastgoed in ontwikkeling en subsidieregelingen en overheadkosten;
4. De gevolgen voor de jaarrekening.
Risico's en risicobeheersing
Door de ligging van het vastgoed wordt Patrimonium Groningen geconfronteerd met diverse belangrijke risico’s ten aanzien van de waardering van het vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering als gevolg van de aardbevingen. De risico’s kunnen als volgt worden geduid:
Vastgoed
- Afnemende(leeg)waarde van het bezit en het risico op verdere waardedaling en/of vertraagde verkopen door verandering van het sentiment in de markt ten aanzien van de bewoonbaarheid van de omgeving(waardeschade). Dit in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio (indirecte waardeschade);
- Risico op de lagere kasstroom door leegstand vanwege onverhuurbaarheid en/of afnemende vraag en/of (bijvoorbeeld door onzekerheid over versterking) vertraagde oplevering van nieuwbouwprojecten en daardoor latere start van huurinkomsten(exploitatieschade);
- Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed (herstelschade);
- Risico van verplichtingen tot versterking van het bezit om deze aardbevingsbestendig te maken, dit in lijn met de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen(versterkingsschade), in bepaalde gevallen heeft dit tot gevolg dat woningen moeten worden gesloopt en nieuw gebouwd;
- Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten waar geen extra baten tegen over staan omdat deze aardbevingsbestendig moeten worden gebouwd(bouwschade).
Bedrijfsvoering
- Risico van extra kosten door verhoogde aandacht/extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overhead en projectontwikkeling;
- Risico van aansprakelijkheid voor schade/kosten bij optreden van persoonlijke ongelukken bij huurders als gevolg van aardbevingen en/of het verliezen van de huurwoningen;
- Risico van kosten als gevolg van inspanningen om schade te beperken of moeten voorzien in noodvoorzieningen zowel in de bedrijfsvoering als in de huisvesting van huurders;
- Risico van extra financieringskosten doordat reparatie van schades c.q. inspanningen om schades te behandelen en/of te beperken eerder gemaakt moeten worden dan vergoeding (huuropbrengsten en/of externe financiering) wordt ontvangen.
De Autoriteit Woningcorporaties volgt de ontwikkelingen in het aardbevingsgebied. Patrimonium informeert over de gevolgen voor haar portefeuilleplan.
De reeds onstane schade en de afhandeling hiervan
De exploitanten van het gaswinningsgebied zijn wettelijk verplicht de schade en de kosten van het voorkomen van schade als gevolg van gaswinning te vergoeden (artikel 6:177 lid 1 en lid 4 BW, artikel 6:174 BW lid 3 BW, 6:184 BW en/of 6:162 BW in combinatie met art. 6:96 lid 1 en lid 2 onder a en b BW).
In 2020 is de Tijdelijke wet Groningen in werking getreden en daarbij is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) in 2021 gestart met de uitvoering van deze wet. Patrimonium gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen volledig vergoed worden door de NAM ofwel door het IMG. In het voorjaar van 2023 is het rapport verschenen van de Parlementaire enquêtecommissie. Het rapport genaamd “Groningers boven gas”, de reactie “Ereschuld: herstel en perspectief voor Groningen” en de kabinetsreactie “Nij Begun” maken duidelijk: de belangen van de Groningers is structureel genegeerd.
Vastgoedeigenaren in de provincie Groningen, in het bijzonder Noord en Midden Groningen worden geconfronteerd met mogelijke schade aan het vastgoed als gevolg van aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning door de NAM.
Op grond van wettelijke bepalingen is de exploitant van de gasvelden, zijnde de NAM, aansprakelijk voor alle schade als gevolg van de exploitatie van de gasvelden. Patrimonium gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen vergoed worden door de NAM.
Er is een schadeprocedure voor het afhandelen van fysieke schade aan het vastgoed. Schadeherstel- en versterking werden door Patrimonium zelf afgehandeld en Patrimonium krijgt hiervoor een marktconforme vergoeding van het IMG.
Effecten van aardbevingen op de waarde en waardering van woningen (waardeschade)
Aardbevingen en het risico daarop hebben een effect op de waarde van het Patrimonium Groningen bezit en daarmee de vastgoedwaardering van Patrimonium Groningen (waardedalingsschade). Dit effect werkt door op de waardering in de jaarrekening en raakt zowel de marktwaarde in verhuurde staat als de beleidswaarde.
Het effect van aardbevingen op de marktwaarde is onderdeel van de vastgoedwaardering op basis van marktwaarde in verhuurde staat zoals deze is opgenomen in de balans van Patrimonium. Hierbij zijn zowel de verwachte kasstromen als de gehanteerde parameters met de bestaande kennis ingeschat.
Gezien de aard van de problematiek geldt hier een meer dan normale onzekerheid ten aanzien van de inschattingen bij de parameters zoals opgenomen in de vastgoedwaardering.
In 2022 hebben de betrokken Groningse woningcorporaties een schikking getroffen met NAM over het beëindigen van de door de corporaties ingestelde schadestaatprocedure. Het schikkingsbedrag is ontvangen en in het resultaat van voorgaande jaren verwerkt onder de niet-gerealiseerde waardeveranderingen. Over de fiscale verwerking vindt nog afstemming plaats met het Ministerie van EZK.
Voor de toelichting van de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is er waardedalingsschade, maar is het effect minder waarneembaar, omdat dit vastgoed gewaardeerd is op basis van de contante waarde van de toekomstige exploitatiekasstromen en de leegwaarde minder van belang is bij de waardebepaling. Het effect van afnemende verhuurbaarheid in de toekomst c.q. dalende restwaarde aan einde levensduur door aardbevingsschade is op dit moment onbekend en daarmee niet in de waardering begrepen.
Versterken, verduurzamen en eisen nieuwbouw(versterkingsschade / bouwschade)
Patrimonium heeft woningen in het aardbevingsgebied die hersteld en verstevigd moeten worden. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens het bestuursakkoord uit 2020. Aan deze afspraken zijn tevens diverse geldstromen gekoppeld in de vorm van rechtstreekse uitkering van bedragen dan wel in de vorm van (veelal woning-gebonden) subsidies. Ook Patrimonium Groningen valt onder de regelingen die zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord. Aan de hand van versterkingsadviezen heeft Patrimonium de mogelijkheid om deze subsidies aan te vragen en in te zetten voor verduurzamings-/verbeterwerkzaamheden aan de woningen.
Subsidieregeling woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen
Sinds 10 juli 2021 is de subsidieregeling woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen van kracht. Deze subsidieregeling is per 1 januari 2022 komen te vervallen. In het najaar van 2021 heeft Patrimonium 813 huurders, woonachtig op de in aanmerking komende adressen binnen het aardbevingsgebied, de tegemoetkoming conform de afgestemde subsidievereisten uitbetaald. Een bedrag ad € 3,72 miljoen staat ter beschikking voor onderhoud- en verbeteringsprojecten in met name de wijk Beijum(postcodes 9736, 9737 en 9723). De subsidie zal binnen 3 jaar worden besteed. Tot en met verslagjaar 2025 heeft Patrimonium Groningen € 3,55 miljoen besteed.
VSO Belastingdienst
In de voorliggende jaarrekening zijn baten c.q. compensaties verwerkt die het gevolg zijn van de aardbevingsschade. Inmiddels is na jarenlange gesprekken met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over nadere afspraken over compensaties als gevolg van aardbevingsschade. Deze afspraken zijn vastgelegd in een VSO. Deze VSO Aardbevingsschade wordt in 2026 getekend. De afspraken hebben betrekking op drie onderdelen, namelijk:
1. Afwaardering voorafgaand aan sloop en inhaalafschrijving
2. Compensatieregeling zonder aanwendingsverplichting
3. Afwaardering verbeteringen bestaand bezit.
De impact voor Patrimonium Groningen wordt verwerkt in jaarrekening 2026
Overheadkosten
Naast kosten verbonden aan schades maakt Patrimonium ook andere kosten verbonden aan aardbevingen.Dit betreft met name in- en externe overleguren en kosten van adviseurs. In 2018 hebben de gezamenlijke corporaties in het aardbevingsgebied een akkoord bereikt over de vergoeding van overheadkosten voor de periode 2014-2020. Voor de periode vanaf 2021 zijn nieuwe afspraken gemaakt met het Ministerie van EZK voor maximaal € 350.000 gezamenlijk aan overheadkosten. Deze vergoeding dekt niet alle kosten.De corporaties hebben besloten vanuit de subsidieverlening allereerst de in het kader van de bevingsproblematiek voor het collectief gemaakte externe kosten te vergoeden aan de individuele Groningse corporaties.
Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen, effecten en schulden) als afgeleide instrumenten verstaan.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Vastgoedbeleggingen
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Classificatie en kwalificatie
De post DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Ultimo 2025 bedraagt deze grens € 900,07 (ultimo 2024: € 879,66). Het niet-DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en commercieel vastgoed.
Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen.
Complexindeling
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit sociaal en commercieel vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het sociaal vastgoed, respectievelijk aan het commerciële deel kan worden toegerekend.
Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed
Bij de eerste verwerking wordt het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven, inclusief transactiekosten (waaronder juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten) minus eventuele investeringssubsidies. De vervaardigingsprijs omvat op grond van artikel 2:388 BW de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.
Waardering na eerste verwerking
Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde.
Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 ("Handboek modelmatig waarderen marktwaarde").
Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:
- woongelegenheden;
- bedrijfs- en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
- parkeergelegenheden;
- intramuraal zorgvastgoed.
Patrimonium Groningen hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden (niet gelegen in het aardbevingsgebied) en parkeergelegenheden (tevens een gedeelte full waardering). Dit betreft een modelmatige waardering, waarbij inherent aan het gebruik van de basisversie, sprake is van het risico dat deze waardering in een bepaalde bandbreedte (+/-10%) kan afwijken van de waardering op basis van de full versie van het handboek (waarbij vrijheidsgraden mogen worden aangepast en een taxateur betrokken is).
Voor het bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed en intramuraal zorgvastgoed hanteert Patrimonium Groningen verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de (niet-)DAEB tak. Daarnaast wordt voor de woningen gelegen in het aardbevingsgebied eveneens verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gehanteerd, dit omdat de waardering op basis van de basisversie onvoldoende betrouwbaar wordt geacht. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% plus en min de waarde.
Bij de waardering van het vastgoed worden een door exploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van vijftien jaar.
De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario's: enerzijds op basis van het door exploiteer scenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed en intramuraal zorgvastgoed is alleen het door exploiteer scenario van toepassing.
Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst- en verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als Niet-gerealiseerde waardeveranderingen.
Deze waardevermindering of -vermeerdering bestaat uit aanpassingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde en uit ontwikkelingen van de woningmarkt en huurportefeuille van de corporatie. Tevens is bij toepassing van de basisversie sprake van een portefeuillewaardering in plaats van complexwaardering, waardoor er tevens een bepaalde onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves.
Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.
Onderhoud- en verbetering
Patrimonium Groningen verwerkt "Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie" in overeenstemming met de op 30 september 2019 gewijzigde Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (artikel 14a) en is als volgt: Het onderscheid tussen onderhoud en verbeteringen volgt de maatregelen die corporaties verrichten bij de werkzaamheden aan het vastgoed in exploitatie. Deze worden per maatregel beoordeeld. De categorie 'verbetering' zal worden behandeld als investeringsuitgaven. Onderhoudsuitgaven zijn kosten.
Onderhoud
De onderhoudsuitgaven betreffen aldus de uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken mogen zijn (minimaal conditiescore 4 op bouwdeelniveau voor alle bouwdelen conform NEN2767 of vergelijkbaar op het moment dat het onderhoud wordt uitgevoerd).
In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.
Verbetering
De werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan. De verbetering wordt als investering aangemerkt.
De investeringen voor verbetering betreffen aldus de uitgaven met als doel het technisch of functioneel verbeteren van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. Het betreffen (ook) uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex naar een hoger niveau te brengen (de theoretische of markttechnische verdiencapaciteit vergrotend), bijvoorbeeld verduurzamen naar energieneutraal, aanpassingen in de plattegrond, verhogen uitrustingsniveau van onderdelen van de woning of toevoegen van niet reeds in het object aanwezige installaties zoals zonnepanelen.
Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:
- het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
- de nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
- herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen; en
- een ingrijpende verbouwing (zie definitie hierna).
Ingrijpende verbouwing
Er is sprake van een ‘ingrijpende verbouwing’ als een onroerende zaak technisch en economisch gezien hoogst verouderd is of als van een onroerende zaak een gedeelte bouwvallig is, welk gedeelte wordt afgebroken, en in het overblijvende gedeelte een groot aantal veranderingen en vernieuwingen wordt aangebracht.
Een ingrijpende verbouwing betreft aldus een grondige renovatie van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. De ingrijpende verbouwing is erop gericht dat bij de verhuurbare eenheid, dan wel het complex een hedendaagse kwaliteit tot stand komt waar dit in de bestaande situatie niet het geval was. Deze kwaliteit zal tot stand komen via een projectmatige aanpak. De afdeling vastgoed werkt voor het totaal een investeringsvoorstel uit, waaruit blijkt dat de prestaties van het complex positief worden beïnvloed (c.q. de waarde van het complex neemt toe na de ingreep). Het voorstel vloeit voort uit de vastgoedsturing (asset management) van Patrimonium Groningen. Hierbij is het streven dat de (lange termijn) verhuurbaarheid van het betreffende object zodanig is dat in de komende jaren geen ingrijpende verplichtingen meer te verwachten zijn, anders dan planmatige cycli uit de meerjarenonderhoudsbegroting.
We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan minimaal 3 van de volgende criteria:
- De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is.
- Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht.
- De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht.
- Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen tien jaar hoeven te worden aangepakt.
De hiervoor genoemde criteria zijn limitatief, waarbij toegestaan wordt om met argumenten een ingrijpende verbouwing te beschouwen als aan 3 van de 4 criteria wordt voldaan. Wanneer dat zo is dan dient Patrimonium Groningen te kunnen onderbouwen waarom redelijkerwijs niet aan het laatste criterium is voldaan, maar er toch sprake is van een ingrijpende verbouwing.
Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum 31 december 2025 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht. In 2025 was er sprake van sloop voor 51 eenheden.
Beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium Groningen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Woningcorporatie Patrimonium Groningen. De beleidswaarde wordt bepaald middels de Discounted Cash Flow (DCF-)methode.
De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie(zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario (met een rekenhorizon van 60 jaar zonder eindwaarde), derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie indien woningen in het aardbevingsgebied.
2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Patrimonium bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Patrimonium Groningen hanteert in haar beleid een streefhuur van 86% van de maximaal redelijke huur.
3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en de als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eventuele clustering van uitgaven en activering als ingrijpende verbouwing. Harde verplichtingen voor het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G worden ingerekend.
4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de winst-en-verliesrekening.
5. De marktdisconteringsvoet is vervangen door de sociale disconteringsvoet (voor DAEB 4,22%, niet-DAEB 4,76%).
De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde. Hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Patrimonium Groningen heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:
| Ultimo 2025 | Ultimo 2024 |
Streefhuur van 86% van de maximaal redelijke huur | 713 | 670 |
Sociale disconteringsvoet | DAEB 4,22% niet-DAEB 4,76% | DAEB 4,17% niet-DAEB 4,70% |
Woningcorporatie Patrimonium Groningen heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:Voor zover de gehanteerde uitgangspunten afwijken van die voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, zijn deze afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de voorschriften opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Herclassificatie van vastgoed
Herclassificatie geschiedt slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:
- daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering, de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De 'waardering na eerste verwerking' van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals hiervoor toegelicht onder vastgoed in exploitatie onder Waardering na eerste verwerking.
Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.
In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.
Grondposities
Ingenomen grondposities (al dan niet met opstallen) worden aangeschaft met het oog op (her)ontwikkeling van huur- en koopprojecten.
De grondposities worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs en bijkomende kosten. Na eerste verwerking worden de grondposities gewaardeerd tegen de kostprijs of lagere opbrengstwaarde, welke de huidige marktverhoudingen omtrent de verwachte woningbouwwaarde van de grond weerspiegelt. De veranderingen in de marktwaarde worden in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.
Materiële vaste activa
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Er zijn geen rentekosten in de, tegen de vervaardigingsprijs gewaardeerde, materiële vaste activa opgenomen.
De materiële vaste activa worden als volgt lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur rekening houdend met de restwaarde:
- de terreinen worden niet afgeschreven;
- de bedrijfsgebouwen over 50 jaar;
- de overige materiële vaste activa over vijf tot tien jaar.
Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord.
Voor de op 1 januari 2019 aanwezige activa is de overgangsbepaling van RJ 212.806 toegepast, hetgeen betekent dat de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief worden opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van dan vervangen bestanddelen wordt dan als desinvestering aangemerkt en ineens ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Voor materiële vaste activa verworven nà 1 januari 2019 worden belangrijke bestanddelen (inclusief groot onderhoud) met een verschillende gebruiksduur van elkaar onderscheiden en worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.
Alle overige onderhoudskosten, niet zijnde groot onderhoud, worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de boekwaarde dan wel de lagere opbrengstwaarde.
Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Financiële vaste activa
Overige financiële vaste activa
Latente belastingvorderingen
Voor de waardering en verwerking van latente belastingvorderingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.
Overige effecten
Overige effecten zonder beursnotering (aandelen en obligaties) worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde.
Baten en lasten van aandelen gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde, worden in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de beleggingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan. Ontvangen dividend wordt ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
Totaal van voorraden
Overige voorraden
De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.
Vlottende vorderingen
De verstrekte leningen en overige vorderingen onder de vlottende activa opgenomen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus een eventuele benodigde voorziening voor oninbaarheid.
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. De liquide middelen zijn gewaardeerd op nominale waarde. Indien de middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.
Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa
Patrimonium Groningen beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald. Is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waarderingsverlies wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs ten tijde van de terugname als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt.
Eigen vermogen
Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen
In de jaarrekening wordt een financieel instrument geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.
Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
De herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen geeft aan dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is. Bij het bepalen van de herwaarderingsreserve wordt geen rekening gehouden met latente belastingen.
Voorzieningen
Een voorziening wordt gevormd indien de groep op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde materieel is, worden de voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde. De voorziening voor latente belastingen wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De gehanteerde disconteringsvoet voor belastingen is 2,37% (2024: 2,37%) en geeft zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot de verplichting weer.
Op het moment dat het waarschijnlijk is dat voor uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen een vergoeding van een derde zal worden ontvangen, wordt deze vergoeding gepresenteerd als een afzonderlijk actief.
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”.
Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de verplichting en de externe communicatie heeft plaatsgevonden.
Bij investeringen in bestaande complexen wordt een voorziening gevormd indien de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van deze investering. Voor het verschil tussen de investering en de verwachte stijging van de marktwaarde wordt een voorziening gevormd, indien en voor zover de uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed nog niet in de balans zijn verwerkt.
In paragraaf 2.1 van het waarderingshandboek is opgenomen dat complexen die grootschalig worden onderhouden of gerenoveerd worden gezien als vastgoed in exploitatie. Waardering van vastgoed in exploitatie waarop grootschalig onderhoud wordt toegepast dan wel dat wordt gerenoveerd vindt plaats op basis van de (contante waarde van de) verwachte kasstromen na de ingreep minus de per balansdatum nog te maken investeringsuitgaven.
Bij een nieuwbouwproject wordt een voorziening gevormd indien de investering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie hoger is dan de verwachte marktwaarde van het vastgoed bij oplevering. Voor het verschil tussen de investering en de verwachte marktwaarde bij oplevering wordt een voorziening gevormd, indien en voor zover de uitgaven met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie nog niet in de balans zijn verwerkt.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is of de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt maximaal een jaar is, wordt de voorziening gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Overige voorzieningen
De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van Cao-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen, een geschatte blijfkans en leeftijd. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.
De voorziening voor loopbaanontwikkeling is gevormd ter dekking van toekomstige verplichtingen op het gebied van loopbaanontwikkeling, waarvoor medewerkers van de corporatie op grond van Cao-bepalingen budgetrechten hebben opgebouwd. Bij het bepalen van deze voorziening wordt uitgegaan van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.
De voorziening RVU is gevormd voor medewerkers die gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Op basis van deze regeling hebben medewerkers de mogelijkheid om vervroegd uit te treden. Patrimonium Groningen heeft hier beleid op gemaakt en betaalt een vast bedrag per maand tot en met pensioendatum voor de medewerkers die hier gebruik van wensen te maken.
Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met het aantal medewerkers dat ultimo boekjaar recht heeft en gebruik maakt van de RVU regeling, het deeltijdpercentage van de medewerker en het aantal maanden waarop de medewerker recht heeft.
Langlopende schulden
Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Derivaten
Patrimonium Groningen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals valutatermijncontracten en renteswaps ter afdekking van de gelopen risico's betreffende de rente- en valutaschommelingen.
Het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen
Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Leasing
Patrimonium Groningen beoordeelt bij het afsluiten van een overeenkomst of de overeenkomst een lease bevat. Een overeenkomst bevat een lease indien deze in ruil voor een vergoeding aan de wederpartij de zeggenschap gedurende de overeengekomen gebruiksperiode over het gebruik van een geïdentificeerd actief aan Patrimonium Groningen verleent.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Algemeen
Baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben voor zover deze gerealiseerd zijn. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.
Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht teneinde een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.
De winst- en verliesrekening wordt zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling.
Huuropbrengsten
Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB-vastgoed als het niet-DAEB-vastgoed. De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2025 bedroeg dit maximumpercentage 5,0%. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van verlening van de diensten. De mutatie van de voorziening voor dubieuze debiteuren en de afboeking van dubieuze huurdebiteuren zijn onder deze post opgenomen.
Opbrengsten en lasten servicecontracten
Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten. De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.
Overheidsbijdragen
Overheidsbijdragen betreffen de vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen. De overheidsbijdragen hebben betrekking op specifieke regelingen en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde uitgaven komen.
Het resterende subsidiebedrag, dat beschikbaar is voor onderhoud- en verbeteruitgaven, is voor de eerste verwerking opgenomen als ‘vooruit ontvangen subsidiegelden’ in de balans. In aanmerking gekomen investeringen en kosten worden bij realisatie verminderd met de toegewezen subsidie. Eind 2025 staat er nog € 174 duizend op de balans, de resterende werkzaamheden zullen voor september 2026 moeten zijn uitgevoerd.
Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan:
- lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed;
- kosten klanten contact center.
De systematiek van toerekening is toegelicht onder “Toerekening baten en lasten”.
Lasten onderhoudsactiviteiten
De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. Met ingang van boekjaar 2020 verwerkt Patrimonium Groningen "Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie" in overeenstemming met het op 30 september 2019 gewijzigde artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Zie toelichting en grondslagen bij rubriek Vastgoed in exploitatie.
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Hieronder worden verantwoord de verhuurdersheffing, de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. Patrimonium Groningen verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
De post totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van overdracht van economische rechten en verplichtingen (passeren akte van levering).
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door:
- de waardevermindering die is ontstaan door aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw indien en voor zover de verwachte marktwaarde lager is dan de kostprijs;
- de terugname van eerder genomen waardeverminderingen door gewijzigde inschattingen van stichtingskosten/marktwaarde;
- afwaarderingen (en eventuele terugnames van eerder genomen afwaarderingen) van grondposities;
- afboeking van eerder geactiveerde bedragen voor investeringsprojecten.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of verliezen, die ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar (exclusief het effect van onrendabele investeringen en herstructureringen).
Netto resultaat overige activiteiten
Hieraan zijn de opbrengsten en kosten van beheer voor derden en VvE-beheer als ook opbrengsten zendmasten en erfpachtopbrengsten toegerekend.
Afschrijvingen materiële vaste activa in exploitatie
Op de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.
Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie
De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend.
Lonen, salarissen, sociale lasten en overige personeelskosten
Lonen, salarissen, sociale lasten en overige personeelskosten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers.
Overige organisatiekosten
De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de raad van commissarissen.
Kosten omtrent leefbaarheid
Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel, leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten.
De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, schoonmaakacties.
Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke tijd vergt om het actief gebruiksklaar of verkoopklaar te maken. De te activeren rente wordt berekend op basis van de verschuldigde rente over specifiek voor de vervaardiging opgenomen leningen en van de gewogen rentevoet van leningen die niet specifiek aan de vervaardiging van het actief zijn toe te rekenen, in verhouding tot de uitgaven en periode van vervaardiging.
Belastingen over de winst of het verlies
Acute belasting
De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
Sinds 1 januari 2008 vallen de woningcorporaties integraal onder de vigerende belastingwetgeving. Eind 2008 is er overeenstemming bereikt tussen Aedes en de Belastingdienst betreffende de Vaststellingsovereenkomst 2 (VSO 2). De VSO 1 is eenzijdig in 2008 door de Belastingdienst opgezegd. Medio 2022 heeft de Belastingdienst woningcorporaties laten weten de dat de VSO 2 per 1 januari 2023 is opgezegd.
Acute vennootschapsbelasting
Door de opzegging van VSO 2 kunnen de regels uit deze vaststellingsovereenkomst in principe niet meer worden toegepast voor het bepalen van de acute vennootschapsbelastinglast of -bate over boekjaar 2025. Voor resultaten behaald bij terugkoop van VOV-woningen en bij gemengde projecten heeft de Belastingdienst eenzijdig toegezegd dat onder voorwaarden de regels uit VSO 2 ook in boekjaar 2025 nog mogen worden gebruikt. Voor het overige wordt de acute vennootschapsbelastinglast of -bate over boekjaar 2025 bepaald met toepassing van algemene fiscale wet- en regelgeving.
Latente belastingen
Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. De latente langlopende en kortlopende belastingvorderingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk vorderingen onder de vlottende activa. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen onder de voorzieningen.
Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert.
Toerekening baten en lasten
Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van FTE.
Leasing
Leaseovereenkomsten die niet kwalificeren als financiële lease, worden aangemerkt als operationele lease. Bij operationele leases worden de leasebetalingen lineair over de looptijd van de lease ten laste van het resultaat verwerkt.
Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode.
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen.
Winstbelastingen, ontvangen interest, betaalde interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
Grondslagen gescheiden verantwoording DAEB en niet-DAEB
Patrimonium Groningen heeft de gescheiden verantwoording DAEB en niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.
Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 heeft Patrimonium Groningen onderscheid aangebracht tussen diensten van algemeen economische belang (DAEB tak) en de overige diensten (niet-DAEB tak). Daartoe zijn een afzonderlijke balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht voor respectievelijk de DAEB tak en de niet-DAEB tak opgesteld.
Aard van de niet-DAEB activiteiten
De niet-DAEB activiteiten van Patrimonium Groningen bestaan (conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”) met name uit bedrijfs onroerend goed.
Grondslagen voor de splitsing
De belangrijkste uitgangspunten en grondslagen ten aanzien van de afzonderlijke primaire overzichten zijn:
- Conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”, zijn de vastgoedbeleggingen in exploitatie gesplitst naar vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
- Met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en de gerelateerde voorzieningen is onderscheid gemaakt op projectniveau, op basis van de daadwerkelijke projectplannen en de hieruit voortvloeiende classificatie.
- In de DAEB-tak van Patrimonium Groningen is een post opgenomen inzake de nettovermogenswaarde van de niet-DAEB-tak (gelijk aan het eigen vermogen van de niet-DAEB-tak). Hierdoor is het eigen vermogen van de DAEB-tak gelijk aan het eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening.
- De belastinglatenties zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak als ware zij het hoofd van de fiscale eenheid.
- Ten aanzien van de liquide middelen is geen onderscheid te maken op basis van separate bankrekeningen. De splitsing is gemaakt op basis van de beginstand conform het goedgekeurde scheidingsvoorstel, gecorrigeerd voor de daaropvolgende “gesplitste” kasstromen.
- Huuropbrengsten en onderhoudskosten zijn voor zover mogelijk gesplitst op basis van koppeling aan het betreffende vastgoed.
- Voor overige opbrengsten en kosten, heeft Patrimonium Groningen een verdeelsleutel toegepast op basis van de huuropbrengsten van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie.
Voor de gescheiden kasstroomoverzichten is een identieke benadering toegepast als voor de gescheiden winst- en verliesrekeningen.
Toelichting op de balans per 31 december 2025
1. Vastgoedbeleggingen
DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
| DAEB | Niet-DAEB | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | |||
| Aanschafprijs | 410.813.951 | 36.528.465 | 447.342.416 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 624.753.756 | 5.298.613 | 630.052.369 |
| Marktwaarde | 1.035.567.707 | 41.827.078 | 1.077.394.785 |
| Mutaties in het boekjaar: | |||
| Investeringen | 26.152.930 | 330.195 | 26.483.126 |
| Subsidie | -537.176 | -147.719 | -684.895 |
| Desinvesteringen u.h.v. verkoop | -151.287 | 0 | -151.287 |
| Desinvesteringen u.h.v. verkoop (Herw) | -859.964 | 0 | -859.964 |
| Desinvesteringen u.h.v. sloop | -1.612.983 | 0 | -1.612.983 |
| Desinvesteringen u.h.v. sloop (Herw) | -4.702.241 | -21.674 | -4.723.915 |
| Investeringen - oplevering nieuwbouw | 6.009.539 | 0 | 6.009.539 |
| Overboeking voorziening onrendabele investeringen (renovaties) 2025 | 15.470.536 | 0 | 15.470.536 |
| Aanpassing van de marktwaarde | -9.400.617 | 2.517.966 | -6.882.651 |
| Saldo | 30.368.737 | 2.678.768 | 33.047.506 |
| Stand per 31 december 2025: | |||
| Aanschafprijs | 440.674.974 | 36.710.942 | 477.385.916 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | 625.261.470 | 7.794.905 | 633.056.375 |
| Marktwaarde | 1.065.936.445 | 44.505.847 | 1.110.442.291 |
De Aanpassing door waardeverandering vastgoed in exploitatie in de herwaarderingsreserve bedraagt € 33,0 miljoen. Dit effect van de niet-gerealiseerde waardeverandering op de mutatie herwaardering in de herwaarderingsreserve bedraagt uitgesplitst voor het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie respectievelijk € 30,4 miljoen (2024: € €76,5 miljoen ) en € 2,6 miljoen (2023: € 12,5 miljoen ).
Mutaties in de marktwaarde van het bezit van een corporatie worden veroorzaakt door:
− Aanpassingen (van parameters) als gevolg van marktontwikkelingen
− Aanpassingen in de methodiek van het handboek voortkomend uit de praktijk
− Aanpassingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving
− Mutaties in het bezit
− Mutaties in de basisgegevens van verhuureenheden en complexen
− Wijzigingen in de gebruikte software of modellen voor het uitvoeren van de waardering
Verloop marktwaarde
| € | |
|---|---|
| Marktwaarde per 1 januari 2025 | 1.077.394.785 |
| Desinvesteringen | -8.372.817 |
| Autonome ontwikkelingen | 25.565.950 |
| Parameterwijzigingen | -18.932.933 |
| Methodische wijzigingen | 7.898.647 |
| Wijzigingen in bezitsgegevens | -7.959.422 |
| Wijziging door taxatie | 10.494.607 |
| Correctie in verband met grootschalig onderhoud of renovatie 2024 | 7.031.155 |
| Correctie in verband met grootschalig onderhoud of renovatie 2025 | 8.439.381 |
| Investeringen | 8.882.939 |
| Marktwaarde per 31 december 2025 | 1.110.442.291 |
De desinvesteringen bestaan naast de boekwaarde uit verkopen uit effecten van samenvoegingen en administratieve correcties in het bezit. Hieronder worden de belangrijkste factoren voor de wijziging van de marktwaarde ten opzichte van vorig jaar toegelicht:
WOZ-waardes (mutatie objectgegevens)
Ten opzichte van vorig jaar is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen gestegen naar € 224,1 duizend (2024: € 212,2 duizend). De peildatum voor 2025 is 1-1-2024, de peildatum voor 2024 is 1-1-2023. Deze stijging van 5,6% veroorzaakt een stijging van de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.
Leegwaardestijging (parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen)
De leegwaarde is de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. De leegwaarde wordt als opbrengst in het uitpondscenario opgenomen, zodra de mogelijkheid tot de verkoop van een verhuureenheid zich voordoet. De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde. De (verwachte) stijging van de leegwaarde, heeft een positief effect op de marktwaarde.
Disconteringsvoet (mutatie parameteraanpassingen)
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.
De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen over het algemeen een fractie hoger dan de disconteringsvoet van vorig jaar. Deze stijging van de disconteringsvoet heeft een negatief effect op de marktwaarde van € 31,4 miljoen.
Tarief overdrachtsbelasting
De overdrachtskosten voor de marktwaarde per 31-12-2025 zijn gelijk gebleven met vorig jaar en bedraagt 11,4% (10,4% overdrachtsbelasting en 1% overdrachtskosten). Voor de beleidswaarde geldt dat er voor woningen geen overdrachtskosten zijn. Voor BOG/MOG/ZOG en parkeren geldt dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde.
Handboek marktwaarde 2025
Eind maart is het Handboek marktwaarde 2025 herzien. De benodigde aanpassingen om te komen tot een marktconforme waardering zijn doorgevoerd middels aanpassing van de disconteringsvoet. Hiertoe heeft onderzoek plaatsgevonden waarbij is vastgesteld dat de verwachte uitkomsten van de basisversie in lijn liggen met de ontwikkeling van de leegwaarde van woningen gebaseerd op NVM cijfers in de regio. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat deze ontwikkeling van de marktwaarde (exclusief correcties voorgaand jaar) in lijn ligt met de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat
Uitgangspunten marktwaarde
Bedragen x€1.000
| x € 1.000 | Waarderings-variant | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Eengezinswoningen | basis | 106.932 | 100.191 |
| Eengezinswoningen | full | 71.470 | 64.625 |
| Meergezinswoningen | basis | 810.303 | 802.660 |
| Meergezinswoningen | full | 65.670 | 56.292 |
| Bedrijfs onroerend goed | full | 21.213 | 19.344 |
| Maatschappelijk onroerend goed | full | 7.092 | 7.162 |
| Intramuraal zorgvastgoed | full | 20.391 | 20.283 |
| Parkeergelegenheden | basis | 7.065 | 6.546 |
| Parkeergelegenheden | full | 307 | 292 |
| 1.110.442 | 1.077.395 |
Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen. Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode).
De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. Voor het bepalen van de marktwaarde wordt de hoogste van deze beide gehanteerd. Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.
De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.
- Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
- Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
- Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro economische parameters.
Een deel van ons bezit is gelegen in het aardbevingsgebied. De marktwaarde van de objecten in het aardbevingsgebied is in onderstaande tabel uiteengezet.
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Eengezinswoningen | 71.469.501 | 64.625.447 |
| Meergezinswoningen | 65.669.822 | 56.291.727 |
| Bedrijfs onroerend goed | 2.412.511 | 2.223.983 |
| Maatschappelijk onroerend goed | 2.570.972 | 2.587.528 |
| Intramuraal zorgvastgoed | 8.414.774 | 8.406.961 |
| Parkeergelegenheden | - | - |
| 150.537.580 | 134.135.646 |
Parameters woongelegenheden
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Prijsinflatie | 3,20% | 2,60% | 2,20% | 2,20% | 2,20% | 2,00% |
| Loonstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% |
| Bouwkostenstijging | 4,90% | 4,20% | 3,30% | 3,30% | 3,30% | 2,50% |
| Leegwaardestijging | 4,50% | 4,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW (DE) | 1655-2594 | 1655-2594 | 1655-2594 | 1655-2594 | 1655-2594 | 1655-2594 |
| Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW (DE) | 1394-2681 | 1394-2681 | 1394-2681 | 1394-2681 | 1394-2681 | 1394-2681 |
| Beheerkosten per vhe - EGW | 569 | 569 | 569 | 569 | 569 | 569 |
| Beheerkosten per vhe - MGW | 558 | 558 | 558 | 558 | 558 | 558 |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% |
| Huurderving (% van de huursom) | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Mutatiekans bij doorexploiteren | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% |
| Mutatiekans bij uitponden | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% | 4%-50% |
| Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) |
1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% |
| Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% |
Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 675,55 (2024: € 644 ) per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% (2024: 11,4%) van de berekende waarde van een verhuureenheid.
Parameters bedrijfsmatig onroerend goed
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo | 7,69 | 7,69 | 7,69 | 7,69 | 7,69 | 7,69 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo | 12,90 | 12,90 | 12,90 | 12,90 | 12,90 | 12,90 |
| Beheerkosten % van de markthuur | 3,00% | 3,00% | 3,00% | 3,00% | 3,00% | 3,00% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% |
| Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% |
| Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% |
| Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% |
Parameters maatschappelijk onroerend goed
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo | 9,35 | 9,35 | 9,35 | 9,35 | 9,35 | 9,35 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 |
| Beheerkosten % van de markthuur | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% | 2,00% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% |
| Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% |
| Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% |
| Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% |
Parameters intramuraal zorgvastgoed
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo | 12,42 | 12,42 | 12,42 | 12,42 | 12,42 | 12,42 |
| Mutatieonderhoud per m2 bvo | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 | 15,62 |
| Beheerkosten % van de markthuur | 2,50% | 2,50% | 2,50% | 2,50% | 2,50% | 2,50% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% | 0,35% |
| Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% |
| Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% |
| Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten | 11,40% | 9,00% | 9,00% | 9,00% | 9,00% | 9,00% |
Parameters parkeergelegenheden
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 e.v. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats | 70,99 | 70,99 | 70,99 | 70,99 | 70,99 | 70,99 |
| Instandhoudingsonderhoud - garagebox | 238,98 | 238,98 | 238,98 | 238,98 | 238,98 | 238,98 |
| Beheerkosten - parkeerplaats | 35,49 | 35,49 | 35,49 | 35,49 | 35,49 | 35,49 |
| Beheerkosten - garagebox | 48,51 | 48,51 | 48,51 | 48,51 | 48,51 | 48,51 |
| Splitsingskosten per vhe | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 |
| Verkoopkosten per vhe | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 | 675,55 |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) |
0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% |
| Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% | 2,77% |
| Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% | 4,87% |
| Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% | 11,40% |
Inschakeling taxateur
Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Patrimonium Groningen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties. De taxateur is ingeschakeld voor het bedrijfsonroerendgoed, maatschappelijk vastgoed, intramuraal zorgvastgoed en het bezit in het aardbevingsgebied
Toepassing vrijheidsgraden
Patrimonium Groningen heeft voor een gedeelte van haar vastgoedbezit (bedrijfs-, maatschappelijken intramuraal zorgvastgoed) verplicht de full versie van het Handboek toegepast. Daarnaast heeft Patrimonium Groningen voor haar eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeerplaatsen gelegen in het aardbevingsgebied de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.
Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document "Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde", dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.
De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.
| Schematische vrijheid | Markthuur | Leegwaarde | Exit Yield | Disconteringsvoet | Mutatiekans | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eengezinswoning (EGW) | - | € 954 - € 1.280 | € 264.554 - € 409.500 | 4,25% - 6,25% | 5,50% - 6,50% | 2,00% – 12% |
| Meergezinswoning (MGW) | - | € 665 - € 1.124 | € 157.952 - € 455.000 | 4,25% - 6,50% | 5,60% - 7,00% | 2,00% – 17,1% |
| Bedrijfsmatigonroerend goed (BOG) | - | € 4 - € 70.380 | - | - | - | 2,00% – 40% |
| Maatschappelijk onroerend goed (MOG) | - | € 183 - €150.800 | - | 3,75% - 14,17% | 3,00% - 10,00% | 2,00% – 10% |
| Intramutraal zorgvastgoed (ZOG) | - | € 13 - € 748 | - | 5,55% - 8,88% | 7,00% - 10,40% | 4,00% - 4,00% |
| Parkeerplaats | - | 1500 | - | 9,75% | 12,00% | 2,00% - 2,00% |
Schematische vrijheid
Wordt toegepast bij BOG-objecten (ateliers) en heeft betrekking op het specifieke verloop van de toekomstige huuropbrengst.
Markthuur(stijging)
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde BOG/MOG/ZOGobjecten in de taxaties te kunnen verwerken.
Exit yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast bij BOG/MOG-objecten. Taxateur acht een inschatting van de exit yield op basis van het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten komt.
Leegwaarde(stijging)
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. De taxateur heeft de leegwaarde van verschillende objecten aangepast op basis van referenties.
Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast, zowel bij BOG/MOG/ZOG-objecten als de eengezins- en meergezinswoningen. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.
Mutatie- en verkoopkans
Deze vrijheidsgraad toegepast. De taxateur heeft de mutatiekans aangepast op basis van het historisch gemiddelde van complexen.
Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Technische splitsingskosten
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het vastgoed waar de full waarderingsvariant van toepassing is, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.
Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde van het gehele vastgoed in exploitatie – gewaardeerd volgens de DCF-methode – is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:
| Effect op marktwaarde | |||||||||
| Parameters | Gehanteerd in marktwaarde | Stel mogelijke afwijking | € | % | |||||
| 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | ||||
| Disconteringsvoet | 4% – 21% | 4% – 15% | 1%-punt (hoger) | € 95,6 miljoen lager | € 98,2 miljoen lager | -8,82% | -8,91% | ||
| Disconteringsvoet | 4% – 21% | 4% – 15% | -1%-punt (lager) | € 149,9 miljoen hoger | € 252,9 miljoen hoger | 13,83% | 22,95% | ||
| Mutatiegraad | 4% – 50% | 4% – 40% | 10% (hoger) | € 19,4 miljoen hoger | € 18,4 miljoen hoger | 1,79% | 1,67% | ||
| Mutatiegraad | 4% – 50% | 4% – 40% | -10% (lager) | € 18,9 miljoen lager | € 17,4 miljoen lager | -1,74% | -1,58% | ||
* Het effect op de reële markt waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk).
Beleidswaarde
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Eengezinswoningen (EGW) | 133.350 | 121.844 |
| Meergezinswoningen (MGW) | 583.618 | 526.291 |
| Bedrijfs onroerend goed | 21.213 | 19.344 |
| Maatschappelijk onroerend goed | 7.092 | 7.162 |
| Intramuraal zorgvastgoed | 20.391 | 20.283 |
| Parkeergelegenheden | 7.372 | 6.838 |
| Totaal beleidswaarde | 773.036 | 701.762 |
| Marktwaarde DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 1.110.442 | 1.077.395 |
| Maatschappelijke bestemming (van het eigen vermogen) | 337.406 | 375.633 |
De beleidswaarde per 31 december 2025 is € 71,3 miljoen gestegen ten opzichte van 2024.
Uitgangspunten beleidswaarde
De beleidswaarde is een afgeleide waarde van de marktwaarde. Vertrekpunt voor de beleidswaarde is de huidige marktwaarde. Om te komen tot de beleidswaarde, is de DCF berekening van de marktwaarde voor woongelegenheden aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Dit betreft geen marktconforme maar maatschappelijke beleidskasstromen voor huur, onderhoud en beheer, en alleen doorexploiteren van het bezit in plaats van de hoogste van uitponden en doorexploiteren. Het verschil tussen markt- en beleidswaarde heet de 'maatschappelijk bestemming' en geeft duiding aan de waarde (en in de jaarrekening vermogen) dat niet wordt gerealiseerd gegeven het maatschappelijke beleid.
In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen.
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium Groningen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
− Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
− Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
− Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
− Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening
Uitgangspunten beleidswaarde
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Streefhuur per maand eengezinswoningen * | € 834 | € 781 |
| Streefhuur per maand meergezinswoningen * | € 690 | € 651 |
| Lasten onderhoud per jaar | € 3.032 | € 3.127 |
| Lastenbeheer per jaar | € 1.201 | € 1.098 |
Omvang van de vier afslagen van marktwaarde naar beleidswaarde
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| € | % | € | % | |
| Marktwaarde | 1.110.442.290 | 100,00% | 1.077.394.785 | 100,00% |
| Stap 1: Beschikbaarheid | -47.356.632 | -4,26% | -113.486.376 | -10,53% |
| Stap 2: Betaalbaarheid | -290.249.446 | -26,14% | -266.396.120 | -24,73% |
| Stap 3: Kwaliteit | -164.352.552 | -14,80% | -167.790.152 | -15,57% |
| Stap 4: Beheer | -22.500.056 | -2,03% | -20.096.193 | -1,87% |
| Disconteringsvoet | 187.052.276 | 16,84% | 192.136.467 | 17,83% |
| Beleidswaarde | 773.035.881 | 69,62% | 582.204.179 | 65,14% |
Sensitiviteitsanalyse
In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
| Effect op beleidswaarde | ||||
|---|---|---|---|---|
| Parameters | Gehanteerd in beleidswaarde | Stel mogelijke afwijking | € | % |
| Disconteringsvoet | 4,22%-4,76% | 1%-punt hoger | € 129,1 miljoen lager | -17,30% |
| Streefhuur per maand | € 690 | € 25 hoger | € 45,0 miljoen hoger | 6,60% |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 3.032 / € 1.201 | 2x € 100 hoger | € 34,5 miljoen lager | -5,48% |
WOZ-informatie
De WOZ-waarde ultimo 2025 met waarde peildatum 1-1-2024 bedraagt € 1,4 miljard (2024: € 1,4 miljard)
Zekerheden en beperkingen
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering. Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de ‘Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen’
Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed
Er zijn prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen over de ontwikkeling en realisatie van woningen voor de periode 2021-2025. Deze afspraken leiden niet tot restricties in de sfeer van huurprijs- en verkoopbeperkende regels, instandhouding van een bepaalde minimumomvang van de goedkope woningvoorraad of waardedrukkend effect op de geschatte marktwaarde van de vastgoedbeleggingen. Dit zijn geen juridische afdwingbare verplichtingen.
Aardbevingsrisico
Patrimonium Groningen heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee eveneens op de jaarrekening. Het vastgoed van Patrimonium Groningen bevindt zich uitsluitend in de stad Groningen, een deel van de woningen bevindt zich in het risicogebied waar 20% of meer geaccepteerde schadegevallen ten opzichte van de totale woningvoorraad voorkomt. Patrimonium Groningen heeft beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbevingsschade (waaronder het verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schadeherstel en beperking en de extra kosten in haar bedrijfsvoering versus de te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opmaken van de jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Patrimonium Groningen hier niet toe in staat zou zijn. Patrimonium Groningen schat het risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment als laag in. In de waarderingsgrondslagen wordt een nadere toelichting gegeven over de aardbevingsrisico’s
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari: | ||
| Aanschafprijs | 6.317.756 | 1.120.933 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | -3.514.135 | -1.120.933 |
| Boekwaarde | 2.803.621 | 0 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Investeringen | 7.232.576 | 5.196.823 |
| Overboeking naar Vastgoed in exploitatie | -6.009.539 | 0 |
| Overige mutaties | -2.979.136 | -2.393.202 |
| Saldo | -1.756.099 | 2.803.621 |
| Stand per 31 december: | ||
| Aanschafprijs | 13.550.332 | 6.317.756 |
| Cumulatieve waardeveranderingen | -12.502.810 | -3.514.135 |
| Boekwaarde | 1.047.522 | 2.803.621 |
Het saldo van de aanloopkosten voor nieuwbouw zijn, daar waar het IFEC (interne formalisatie, externe communicatie) moment nog niet heeft plaatsgevonden, in 2025 in het resultaat verwerkt. De overige mutaties betreft onttrekkingen aan de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen.
2. Totaal van materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari: | ||
| Aanschafprijs | 5.958.560 | 5.939.129 |
| Cumulatieve afschrijvingen | -5.025.188 | -4.816.960 |
| Boekwaarde | 933.372 | 1.122.169 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Investeringen | 451.563 | 19.431 |
| Afschrijvingen | -211.329 | -208.228 |
| Saldo | 240.234 | -188.797 |
| Stand per 31 december: | ||
| Aanschafprijs | 6.410.123 | 5.958.560 |
| Cumulatieve afschrijvingen | -5.236.517 | -5.025.188 |
| Boekwaarde | 1.173.606 | 933.372 |
Afschrijvingen
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
− bedrijfsterreinen: geen afschrijving
− automatisering: 5 jaar
− bedrijfsauto's: 5 jaar
− inventaris kantoor: 5 of 10 jaar
− kantoorgebouw (exclusief grond): 50 jaar
Het kantoorgebouw wordt als geheel en niet naar componenten afgeschreven, aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is
Actuele waarde
De actuele waarde (WOZ-waarde) van het kantoorpand bedraagt € 980 duizend (2024: € 884 duizend).
Zekerheden
Er zijn geen bedrijfsgebouwen en -terreinen hypothecair verbonden ten behoeve van kredietinstellingen.
3. Financiële vaste activa
Latente belastingvorderingen
Het verloop van de latente belastingvorderingen is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 716.528 | 896.528 |
| Dotaties ten gunste van het resultaat | 236.000 | 6.000 |
| Onttrekking ten laste van het resultaat | -24.000 | -185.000 |
| Vrijval ten laste van het resultaat | 0 | 0 |
| Stand per 31 december | 928.528 | 717.528 |
De post latente belastingvorderingen is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Afschrijvingspotentieel vastgoed in exploitatie | 519.528 | 284.528 |
| Disagio leningen | 409.000 | 433.000 |
| 928.528 | 717.528 |
De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen zijn als volgt samengesteld:
| Waardering in jaarrekening | Fiscale waardering | Waarderingsverschil | Latentie tegen nominale waarde | Latentie tegen contante waarde | |
|---|---|---|---|---|---|
| Leningen | 241.999.535 | 240.112.104 | 1.887.431 | 487.000 | 409.000 |
| MVA in exploitatie | 1.108.191.000 | 698.280.000 | 409.911.000 | -105.757.000 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | 2.170.000 | -2.170.000 | 560.000 | 521.000 |
| 1.350.190.535 | 940.562.104 | 409.628.431 | -104.710.000 | 930.000 |
Algemeen
De latente belastingvorderingen zijn contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 1,77%, waarbij rekening is gehouden met een afslag voor het Vpb tarief.(2024: 1,76%). De contante waarde van de belastinglatentie op balansdatum bedraagt € 928.528. Verwacht wordt dat van deze latente belastingvorderingen een bedrag van € 65.000 binnen een jaar wordt gerealiseerd. Patrimonium heeft per ultimo 2024 een saldo aan voort te wentelen niet-aftrekbare rente op grond van de generieke renteaftrekbeperking uit ATAD1. Indien de ‘renteaftrekcapaciteit’ in een volgend jaar hoger is dan de netto-rentelast in dat jaar kan de eerder ‘gestalde' niet aftrekbare rente alsnog in aftrek worden gebracht. Het saldo van de gestalde niet-aftrekbare rente is oneindig voorwaarts verrekenbaar. Naar verwachting bestaat de komende 10 jaar geen ruimte voor het alsnog in aftrek brengen van gestalde rente. Daarom is geen latentie gevormd voor de gestalde rente. Het is op basis van de huidige FMJB immers niet waarschijnlijk dat verrekening plaats zal vinden.
Disagio leningen
Er is een actieve latentie gevormd voor het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van de langlopende leningen aan overheid en banken bestaande op 1 januari 2008. De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen en heeft een gemiddelde looptijd van afgerond 10 jaar. Het waarderingsverschil bedraagt € 1,9 miljoen (2024: € 2 miljoen).
Vastgoed in exploitatie
Vastgoed in exploitatie wordt aangehouden met een exploitatiebestemming, waarbij wordt gehanteerd dat de latenties inzake dit vastgoed na afloop van de levensduur doorschuiven naar nieuw vastgoed middels sloop/nieuwbouwprojecten. Het is waarschijnlijk dat voor het vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden. Door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling, tendeert de latentie naar nihil.
Afschrijvingspotentieel vastgoed in exploitatie
Er is een actieve latentie gevormd voor het afschrijvingspotentieel van huurwoningen waarbij de fiscale boekwaarde hoger is dan de fiscale bodemwaarde (100% van de WOZ-waarde). Het nominale verschil is op eenheidsniveau contant gemaakt tegen een resterende fiscale looptijd van maximaal 50 jaar. Naar verwachting kan de komende 10 jaar worden afgeschreven over de betreffende verhuureenheden.
Overige effecten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overige effecten | 1.219 | 1.219 |
| 1.219 | 1.219 |
Dit betreft 100 aandelen in Woningnet N.V. te Utrecht.
Overige voorraden
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overige voorraden | 151.764 | 222.915 |
| 151.764 | 222.915 |
Betreft de voorraad onderhoudsmaterialen van afdeling technische dienst in het magazijn, voorraad sleutels en de voorraad keukens. De voorraad sleutels en cilinders zullen in drie jaar worden afgewaardeerd.
4. Vorderingen
Huurdebiteuren
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 567.337 | 678.607 |
| Voorziening oninbare debiteuren | -178.123 | -249.159 |
| 389.214 | 429.448 |
De vordering op huurdebiteuren omvat naast de huren ook te vorderen servicekosten, herstelkosten en incassokosten. In de vordering op vertrokken huurders zijn tevens kosten van mutatieonderhoud voor rekening van de huurder begrepen.
Patrimonium Groningen heeft een vordering uitstaan van € 178 duizend welke reeds meer dan 12 maanden openstaat. De beoordeling van de inbaarheid van deze vordering vereist een inschatting van subjectieve elementen. Op basis van onze gesprekken, schriftelijke bevestigingen en analyse van financiële rapportages, is deze post voorzien.
Voorziening dubieuze debiteuren
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 249.159 | 162.643 |
| Vrijval | -71.036 | |
| Dotatie | 86.516 | |
| Stand per 31 december | 178.123 | 249.159 |
Vorderingen ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen
Het saldo te vorderen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 1.112.000 | 1.677.964 |
| 1.112.000 | 1.677.964 |
Overige vorderingen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overige vorderingen | 0 | 0 |
| 0 | 0 |
Overlopende activa
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overlopende activa | 929.063 | 844.668 |
| 929.063 | 844.668 |
De overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde kosten, afrekeningen gas en elektra, EMH hotel afrekening.
De looptijd van de vorderingen is korter dan een jaar en betreft vooruitbetaalde licentiekosten, verzekeringspremies en overige leveranciers.
5. Liquide middelen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| ING Bank N.V. | 8.371.008 | 3.566.473 |
| BNG Bank | 110.963 | 38.371 |
| Kruisposten | 0 | 0 |
| Kas | 0 | 103 |
| 8.481.971 | 3.604.947 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Patrimonium Groningen. Per balansdatum is binnen de kasgeldfaciliteit en binnen de rekening-courantfaciliteit € 0 opgenomen. De verschuldigde rente van deze faciliteiten is variabel (Euribor plus opslag).
6. Eigen vermogen
Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 377,4 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De mutatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium Groningen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.
Het eigen vermogen bedraagt per balansdatum € 812,7 miljoen (2024: €805,5 miljoen). Het eigen vermogen is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Herwaarderingsreserve | 722.501.425 | 712.078.091 |
| Overige reserves | 90.229.758 | 93.403.323 |
| 812.731.184 | 805.481.414 |
Herwaarderingsreserve
Per 31 december 2025 is in totaal € 722,5 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 712 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
| Herwaarderingsreserve | DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Totaal |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 685.578.916 | 26.499.175 | 712.078.091 |
| Aanpassing door waardeverandering vastgoed in exploitatie | 14.974.062 | 1.033.152 | 16.007.214 |
| Realisatie uit hoofde van sloop | -4.702.241 | -21.675 | -4.723.915 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop | -859.964 | -859.964 | |
| Stand per 31 december 2025 | 694.990.773 | 27.510.652 | 722.501.425 |
De herwaarderingsreserve DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van de marktwaarde en de historische aanschafprijs.
| Overige reserve | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 93.403.324 | 113.633.708 |
| Resultaatbestemming boekjaar | 7.249.770 | 68.715.630 |
| Realisatie uit herwaarderingsreserve | -10.423.335 | -88.946.014 |
| Stand per 31 december | 90.229.758 | 93.403.324 |
Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025
Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ad € 7,2 miljoen positief als volgt te bestemmen:
− Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2025 ad € 5,5 miljoen negatief aan de overige reserves ontrekken.
− Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 12,7, miljoen ten bate van de herwaarderingsreserve te brengen.
Dit voorstel is al verwerkt in het eigen vermogen.
7. Voorzieningen
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Het verloop van de post voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
| Renovatie-projecten | Nieuwbouw projecten | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 30.118.793 | 4.538.430 | 34.657.223 |
| Toevoeging ten laste van het resultaat | 13.609.841 | 4.149.552 | 17.759.393 |
| Vrijval ten gunste van het resultaat | -10.006.760 | 0 | -10.006.760 |
| Onttrekkingen | 0 | -3.812.694 | -3.812.694 |
| Overboeking vastgoed i.e. | 0 | 0 | 0 |
| Stand per 31 december 2025 | 33.721.874 | 4.875.288 | 38.597.162 |
| 0 | |||
| Looptijd: | |||
| Korter dan 1 jaar | 17.359.513 | 1.318.031 | 18.677.544 |
Latente belastingverplichtingen
Het verloop van de latente belastingverplichtingen is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.818.000 | 2.819.000 |
| Dotaties ten laste van het resultaat | -2.818.000 | -1.000 |
| Stand per 31 december | 0 | 2.818.000 |
De post latente belastingvorderingen is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Onderhoudsvoorziening | 0 | 2.818.000 |
| 0 | 2.818.000 |
De post latente belastingverplichtingen heeft betrekking op de fiscale onderhoudsvoorziening van € 11.114.000. In 2025 is deze voorziening volledig vrijgevallen.
Overige voorzieningen
Het verloop van de post overige voorzieningen is als volgt:
Voorziening RVU
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 37.948 | 100.538 |
| Toevoeging ten laste van resultaat | 0 | 314 |
| Onttrekkingen | -37.956 | -62.904 |
| Vrijval ten gunste van resultaat | 0 | 0 |
| Stand per 31 december | -8 | 37.948 |
| Looptijd: | ||
| Korter dan 1 jaar | -8 | 37.948 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 0 | 0 |
Voorziening opleidingskosten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 165.572 | 174.474 |
| Toevoeging ten laste van resultaat | 31.223 | 15.589 |
| Onttrekkingen | -5.962 | -24.491 |
| Vrijval ten gunste van resultaat | 0 | 0 |
| Stand per 31 december | 190.833 | 165.572 |
| Looptijd: | ||
| Korter dan 1 jaar | 59.108 | 46.148 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 131.725 | 119.424 |
Voorziening voor jubileumuitkeringen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 217.454 | 186.001 |
| Toevoeging ten laste van resultaat | 30.773 | 41.513 |
| Onttrekkingen | -7.495 | -10.060 |
| Vrijval ten gunste van resultaat | ||
| Stand per 31 december | 240.732 | 217.454 |
| Looptijd: | ||
| Korter dan 1 jaar | 10.516 | 0 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 79.959 | 43.462 |
| Langer dan 5 jaar | 150.257 | 173.992 |
8. Langlopende schulden
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Schulden aan overheid | 2.659.508 | 3.085.961 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 239.340.027 | 221.534.573 |
| 241.999.535 | 224.620.534 |
Schulden aan overheid
Het verloop van de post schulden aan overheid van Patrimonium is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 3.493.485 | 3.878.275 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Aflossingen | -407.524 | -384.790 |
| Saldo | -407.524 | -384.790 |
| Schulden aan overheid | 3.085.961 | 3.493.485 |
| Af: Aflossingsverplichting komend jaar | -426.453 | -407.524 |
| Stand per 31 december (incl. aflossingsverplichting komend jaar) | 2.659.508 | 3.085.961 |
| Looptijd: | ||
| Tussen 1 en 5 jaar | 1.966.628 | 1.863.259 |
| Langer dan 5 jaar | 692.880 | 1.222.702 |
Schulden aan banken
Het verloop van de post schulden aan banken van Patrimonium is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 229.234.603 | 217.169.922 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Nieuw opgenomen leningen | 28.000.000 | 23.000.000 |
| Aflossingen | -7.700.030 | -10.935.319 |
| Overige mutaties | 0 | 0 |
| Saldo | 20.299.970 | 12.064.681 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 249.534.573 | 229.234.603 |
| Af: Aflossingsverplichting komend jaar | -10.194.546 | -7.700.030 |
| Stand per 31 december | 239.340.027 | 221.534.573 |
| Looptijd: | ||
| Tussen 1 en 5 jaar | 23.283.680 | 31.394.749 |
| Langer dan 5 jaar | 216.056.347 | 190.139.824 |
Langlopende schulden overheid en banken
De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,38% (2024: 2,37%).
Langlopende schulden met een resterende looptijd van minder dan één jaar, waaronder de aflossingsverplichtingen voor komend jaar, zijn verantwoord onder de kortlopende schulden. De leningenportefeuille is in hoofdzaak opgenomen in de vorm van diverse annuïteitenleningen. Voor een toelichting op de renterisico’s en reële waarde wordt verwezen naar de paragraaf financiële instrumenten.
In 2025 zijn er twee nieuwe leningen van in totaal €25 miljoen aangetrokken. Daarnaast is er € 3 miljoen opgenomen van de roll-over leningen.
De reële waarde van de schulden aan leningen overheid bedraagt per 31 december 2025 € 3,5 miljoen (2024: € 4,1 miljoen). De reële waarde van de schulden aan banken bedraagt per 31 december 2025 € 253,5 miljoen (2024: € 230,9 miljoen) .
De marktwaarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente conform de rentecurve d.d. 31 december 2025 (2024: 31 december 2024). Variërend van 1 maandstarief (maandcurve) 1,939 % tot en met 30 jaar 3,24% (2024: 2,845 % tot en met 2,16% ) en de 6 maandscurve, 6 maandstarief 2,107% tot en met 50 jaar 3,14% (2024: 2,568% tot en met 1,85%). Bij de bepaling van de reële waarde is geen rekening gehouden met de WSW credit spread.
9. Kortlopende schulden
Aflossingsverplichting schulden aan overheid en kredietinstellingen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Schulden aan overheid | 426.453 | 407.524 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 10.194.546 | 7.700.030 |
| 10.620.999 | 8.107.554 |
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen
De post schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Omzetbelasting | 1.527.844 | 1.716.337 |
| Loonheffing | 191.556 | 202.211 |
| Vennootschapsbelasting | 0 | 0 |
| Pensioenen | 67.702 | 57.444 |
| 1.787.102 | 1.975.992 |
Overige schulden
Het verloop van de overige schulden is als volgt:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Netto Lonen | 9.008 | 13.690 |
| Lief en Leed personeel | 12.900 | 10.204 |
| Waarborgsommen | 104.160 | 65.305 |
| Vooruitontvangen subsidie | 9.047.940 | 3.170.610 |
| Overige schulden | 2.239.367 | 554.611 |
| Aardbevingsschade | 654.560 | 346.270 |
| 12.067.936 | 4.160.690 |
De vooruitontvangen subsidies per balansdatum bestaat uit:
- € 5,48 miljoen Nij begun gelden zijn oktober 2025 ontvangen en zijn vrij besteedbaar aan projecten. De verdere toewijzing aan projecten dient nog plaats te vinden.
- € 2,7 miljoen ontvangen gelden vanuit de Stimuleringsregeling aardgasvrije woningen. Deze gelden zullen binnen een periode van 24 maanden conform de richtlijnen van de subsidies worden besteed. Daarnaast hebben wij een nog een restant van € 255 duizend van SNN voor zonnepanelen en zonneboilers.
- € 314 duizend Verduurzamingssubsidies voor de plaatsing van groene daken, zonnepanelen, hemelwaterafvoeren en klimaatadaptatie. De subsidies dienen conform de subsidierichtlijnen veelal binnen 24 maanden te worden gerealiseerd. De uitvoer van de werkzaamheden zijn binnen deze gestelde periode gepland of zijn verlengd.
- € 174 duizend aardbevingscompensatie van het Rijk ter verduurzaming van betreffende woningen in het aardbevingsgebied. Een deel van het door Patrimonium ontvangen subsidiebedrag is in 2025 besteed. Resterende besteding zal naar verwachting voor september 2026 plaatsvinden.
Overlopende passiva
De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vakantiedagen | 217.230 | 219.441 |
| Accountants- en advieskosten | 135.219 | 141.822 |
| Transitorische rente | 2.581.346 | 2.082.524 |
| Vooruitontvangen huren | 469.879 | 521.243 |
| 3.403.674 | 2.965.029 |
De looptijd van alle kortlopende schulden is korter dan een jaar.
Financiële instrumenten
Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.
Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's
De primaire financiële instrumenten van Patrimonium Groningen dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Patrimonium Groningen is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico's zoals rente- en liquiditeitsrisico's.
Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille. In dit kader maakt Patrimonium Groningen geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswaps ter afdekking van het renterisico dat ontstaat uit haar financieringsactiviteiten. Het beleid van Patrimonium Groningen is om niet te handelen in financiële instrumenten voor speculatieve doeleinden. Voor uitgebreidere informatie verwijzen we naar het hoofdstuk 'Onze Financiën' in het jaarverslag. De belangrijkste risico's uit hoofde van de financiële instrumenten van Patrimonium Groningen zijn het rente- en kasstroomrisico en overig prijsrisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico.
Het beleid van Patrimonium Groningen om deze risico's te beperken is als volgt.
Kredietrisico
Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Patrimonium Groningen kunnen voldoen. Verder wordt hieronder vermeld het risico van oninbaarheid bij huurdebiteuren. Patrimonium Groningen maakt gebruik van meerdere banken teneinde dit risico te beperken. Verder handelt de groep enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken.
Liquiditeitsrisico
Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico's beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt er rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.
Valutarisico
Patrimonium Groningen loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro's zijn.
Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)
Patrimonium Groningen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico's over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan banken).
Renteprijsrisico’s schulden aan overheid en banken
De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,38% (2024: 2,37%)
Rentekasstroomrisico's leningen overheid en banken
Hieronder is de leningportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage, renteherzieningsperiode en naar resterende looptijd:
Leningen vaste rentevoet 2025 (onderhevig aan renteprijsrisico)
Saldo einde periode
| <1% | 1-2% | 2-4% | 4-5% | 5-6% | >6% | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | 7.500.000 | 96.533 | 349.796 | 7.946.329 | |||
| 1-4 jaar | 5.000.000 | 449.680 | 9.000.930 | 1.758.481 | 479.652 | 94.065 | 16.782.808 |
| 5-9 jaar | 9.000.000 | 209.157 | 15.000.000 | 5.636.073 | 5.165.599 | 154.556 | 35.165.385 |
| 10-14 jaar | 7.500.000 | 25.000.000 | 32.500.000 | ||||
| 15-19 jaar | 14.500.000 | 2.368.327 | 3.889.058 | 1.275.878 | 22.033.263 | ||
| > 20 jaar | 23.900.000 | 60.485.870 | 42.806.878 | 127.192.748 | |||
| Totaal | 52.900.000 | 75.644.707 | 51.465.789 | 54.090.490 | 7.270.925 | 248.621 | 241.620.534 |
Leningen vaste rentevoet 2024 (onderhevig aan renteprijsrisico)
Saldo einde periode
| <1% | 1-2% | 2-4% | 4-5% | 5-6% | >6% | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | 12.500.000 | - | 189.635 | 125.316 | 680.698 | 4.830 | 13.500.478 |
| 1-4 jaar | 5.000.000 | - | 9.000.000 | 1.267.605 | 701.272 | 28.247 | 15.997.124 |
| 5-9 jaar | 9.000.000 | 473.040 | 1.098 | 3.451.858 | 5.770.561 | 248.452 | 18.945.008 |
| 10-14 jaar | 7.500.000 | 228.277 | 15.000.000 | 3.499.923 | - | - | 26.228.200 |
| 15-19 jaar | - | 14.500.000 | 2.483.331 | 4.058.583 | 1.317.973 | - | 22.359.887 |
| > 20 jaar | 23.900.000 | 60.485.870 | - | 43.311.521 | - | - | 127.697.391 |
| Totaal | 57.900.000 | 75.687.187 | 26.674.063 | 55.714.805 | 8.470.504 | 281.528 | 224.728.088 |
Leningen variabele rentevoet 2025 (onderhevig aan renteprijsrisico)
| <1% | 1-2% | 2-4% | 4-5% | 5-6% | >6% | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 1-4 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 5-9 jaar | - | - | 11.000.000 | - | - | - | 11.000.000 |
| 10-14 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 15-19 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| > 20 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| Totaal | - | - | 11.000.000 | - | - | - | 11.000.000 |
Leningen variabele rentevoet 2024 (onderhevig aan renteprijsrisico)
Saldo einde periode
| <1% | 1-2% | 2-4% | 4-5% | 5-6% | >6% | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 1-4 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 5-9 jaar | - | - | 8.000.000 | - | - | - | 8.000.000 |
| 10-14 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| 15-19 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| > 20 jaar | - | - | - | - | - | - | - |
| Totaal | - | - | 8.000.000 | - | - | - | 8.000.000 |
De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten, gegroepeerd onder vaste rentevoet, is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar, het betreft hier een roll-over lening. De andere financiële instrumenten van Patrimonium Groningen zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.
Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen
De looptijd van de leningenportefeuille overheid en banken bedraagt gemiddeld respectievelijk 5,9 jaar (2024: 6 jaar) en 17,9 jaar (2024: 18,6 jaar). Hierna worden de renterisico's van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:
− De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzieningsmoment. Het risico van deze leningen betreft:
o op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
o de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
− De rente van de variabel rentende leningen (roll-over leningen) zijn allen gebaseerd op 1-weeks Euribor. De rente van de roll-over leningen is opgebouwd uit het Euribor percentage en een liquiditeitsopslag van 0,21%
Reële waarde
Financiële vaste activa
De reële waarde van de vorderingen onder de financiële vaste activa is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente van 2,38% (2024: 2,37%) rekening houdend met voorziening voor oninbaarheid.
Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden
Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.
Hedges
Algemene hedgestrategie
Patrimonium Groningen maakt geen gebruik van rentederivaten (renteswaps of rentecaps). Om die reden zijn hedge-instrumenten (renteswap- en rentecapcontracten) niet van toepassing.
Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen
Voorwaardelijke verplichtingen
WSW obligoverplichting
De woningcorporatie heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De obligolening ultimo 2025 heeft een de hoofdsom van € 6.221.000 hetgeen overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2025. Over het niet opgenomen deel van de obligolening is de woningcorporatie jaarlijks een bereidstellingsprovisie verschuldigd aan de bank van 20 basispunten. De obligolening is een geborgde faciliteit waarop het WSW in bijzondere omstandigheden aanspraak kan maken. In de toekomst kan de situatie ontstaan dat het WSW aanvullend obligo ophaalt boven de jaarlijkse obligoheffing. Indien de woningcorporatie niet de mogelijkheid heeft om het aanvullend obligo te voldoen uit eigen middelen, kan het WSW een trekking doen op de obligolening. Een dergelijk verzoek van het WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele obligostorting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald. De opgenomen obligolening moet nadien worden afgelost door de woningcorporatie.
Zekerheden bij faciliteit niet-Daeb
Er is een faciliteit verstrekt door de ING Bank t.b.v. een niet-Daeb activiteit ad € 449.680 Ten behoeve van deze lening is hypotheekrecht verstrekt op diverse adressen.
Onderhouds- en investeringsverplichtingen
Patrimonium Groningen is per 31 december 2025 onderhoud- en investeringsverplichtingen aangegaan voor een bedrag van respectievelijk € 0,44 miljoen (2024 €1,8 miljoen) en € 57,2 miljoen (2024: € 17,7 miljoen). Deze werkzaamheden worden in 2026 en volgende jaren uitgevoerd.
Operationele lease en overige financiele verplichtingen
| Looptijd | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Kleiner dan 1 jaar | 1.124.788 | 654.563 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 3.567.058 | 677.193 |
| Langer dan 5 jaar | 156.440 | 0 |
| 4.848.286 | 1.331.756 |
In 2025 is een totaalbedrag van € 193 duizend aan leasebetalingen in de winst- en verliesrekening verwerkt. Het grootste deel bestaat uit de contracten bij Energiewacht € 2 miljoen en leasecontracten vervoersmiddelen € 0,7 miljoen.
Voor één project is in 2025 een claim bij ons ingediend. De afwikkeling per balansdatum is nog niet voltooid, wij kunnen daarnaast geen inschatting maken van de mogelijke financiële consequenties.
Patrimonium ontvangt in het kader van verduurzaming woningcorporaties Maatregel 29 subsidie voor in totaal bijna € 5,5 miljoen verspreid over de periode 2025 – 2027. Deze subsidie wordt toegekend aan corporaties in het werkgebied provincie Groningen en de Noord-Drentse gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo. Patrimonium dient de volgende werkzaamheden uit te voeren:
- Het isoleren en ventileren van de huurwoningen, tot de Standaard voor woningisolatie. De standaard voor woningisolatie geeft aan wanneer een woning goed genoeg is geïsoleerd om aardgasvrij te worden.
- De ontzorging en ondersteuning van gespikkeld bezit bij woningcorporaties in de provincie Groningen en de Noord-Drentse gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo.
De start van de subsidieactiviteiten is op 15 september 2025. De activiteiten zullen uiterlijk 12 december 2034 zijn afgerond. Op 3 oktober 2025 heeft Patrimonium de 1e tranche ontvangen.
Prestatieafspraken
Patrimonium Groningen heeft met de gemeente Groningen en de Huurdersorganisatie van Patrimonium Groningen meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen gedurende 2021–2025. Dit zijn geen juridische afdwingbare verplichtingen. Er zijn meerjarige prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen, die gelden voor de periode 2026-2030.
Niet in de balans opgenomen regelingen
Er is per balans datum geen sprake van niet in de balans opgenomen regelingen.
Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op de jaarrekening.
Toelichting op de winst- en verliesrekening over 2025
10. Huuropbrengsten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Woningen en woongebouwen DAEB | 45.189.240 | 42.883.952 |
| Woningen en woongebouwen niet-DAEB | 727.021 | 677.911 |
| Onroerende zaken niet zijnde woningen DAEB | 919.806 | 858.494 |
| Onroerende zaken niet zijnde woningen niet-DAEB | 2.220.945 | 2.056.751 |
| 49.057.013 | 46.477.108 | |
| Huurderving wegens leegstand | -462.970 | -595.303 |
| Huurderving wegens oninbaarheid | 71.036 | -86.341 |
| 48.665.079 | 45.795.465 |
De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2025 bedroeg 4,45% (1 juli 2024: 4,8%). De huuropbrengsten in 2025 bedragen € 48,6 miljoen en zijn daarmee dan € 2,8 miljoen hoger dan de huurinkomsten in 2024 (2024: € 45,8 miljoen).
11. Opbrengsten servicecontracten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vergoedingen van huurders voor leveringen en diensten | 3.265.441 | 3.161.642 |
| Derving wegens oninbaarheid | -70.097 | -55.859 |
| 3.195.344 | 3.105.784 |
12. Lasten servicecontracten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Servicecontracten | 3.156.865 | 3.034.954 |
| Toegerekende organisatiekosten | 0 | 0 |
| 3.156.865 | 3.034.954 |
De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast.
13. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overige opbrengsten | -154.616 | -183.485 |
| Toegerekende organisatiekosten | 2.973.585 | 2.433.014 |
| 2.818.969 | 2.249.529 |
Lonen en salarissen
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Salarissen | 4.422.918 | 3.961.886 |
| Sociale lasten | 746.214 | 653.369 |
| Pensioenlasten | 523.106 | 436.811 |
| Overige personeelskosten | 715.568 | 1.371.726 |
| 6.407.806 | 6.423.792 |
Personeelsleden
Gedurende het jaar 2025 had de corporatie gemiddeld 68 medewerkers in dienst (2024: 62). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2024: -).
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| fte | fte | |
| Directie/secretariaat | 4,67 | 4,67 |
| Financiële administratie en bedrijfsvoering | 11,10 | 11,18 |
| Verhuur en bewonerszaken | 16,56 | 14,46 |
| Vastgoed | 34,91 | 32,15 |
| 67,24 | 62,46 |
Pensioenlasten
De gehanteerde pensioenregeling van Patrimonium Groningen is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Per 1 januari 2026 gelden de nieuwe regels voor pensioenen. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
- Er is sprake van een middelloonregeling.
- Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
- De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
- De regeling kent een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
- Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.
De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:
- Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen].
- De toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen] is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
- Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.
De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 129,0%). In het nieuwe pensioenstelsel wordt geen beleidsdekkingsgraad meer gehanteerd.
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 211.329 | 208.227 |
| 211.329 | 208.227 |
Toerekening organisatiekosten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 5.692.238 | 5.052.066 |
| Overige personeelskosten | 715.568 | 1.371.726 |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 211.329 | 208.227 |
| Overige bedrijfskosten | 1.519.069 | 1.578.644 |
| 8.138.205 | 8.210.663 |
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Organisatiekosten toegerekend aan: | ||
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 2.973.585 | 2.433.014 |
| Onderhoudsactiviteiten | 3.525.339 | 4.355.156 |
| Overige directe operationele lasten bezit | 0 | 0 |
| Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille | 115.731 | 115.104 |
| Overige organisatiekosten | 1.080.460 | 1.028.565 |
| Leefbaarheid | 443.090 | 278.824 |
| Totaal toegerekende organisatiekosten | 8.138.205 | 8.210.663 |
De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van de loonsom. De indirecte kosten zijn in tegenstelling tot voorgaand jaar toegerekend op basis van de loonsom. Op basis hiervan is onderstaande verdeelstaat toegepast op de toe te rekenen organisatiekosten:
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| FTE | Loonsom | FTE | Loonsom | |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 33,49% | 31,00% | 32,56% | 26,00% |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | 30,64% | 48,00% | 39,66% | 55,00% |
| Overige directe lasten exploitatie bezit | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille | 1,47% | 2,00% | 1,60% | 1,50% |
| Overige organisatiekosten | 24,57% | 14,00% | 17,90% | 14,00% |
| Leefbaarheid | 9,83% | 6,00% | 8,27% | 3,50% |
| Totaal toegerekende organisatiekosten | 100,00% | 100,00% | 100,00% | 100,00% |
14. Lasten onderhoudsactiviteiten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Planmatig onderhoud | 5.792.804 | 3.617.593 |
| Contractonderhoud | 1.882.627 | 3.794.690 |
| Reparatie- en klachtenonderhoud | 7.272.254 | 7.085.182 |
| Toegerekende organisatiekosten | 3.525.339 | 4.355.156 |
| 18.473.024 | 18.852.620 |
15. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Belastingen exploitatie | 4.367.276 | 4.228.964 |
| Verzekeringen | 235.271 | 210.713 |
| Verhuurderheffing | 0 | 0 |
| Overige directe kosten | 729.829 | 386.587 |
| 5.332.376 | 4.826.265 |
16. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Verkoopopbrengst | 1.254.600 | 1.666.068 |
| Verkoopkosten | -46.886 | -98.025 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 1.207.714 | 1.568.043 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.011.251 | -1.186.473 |
| Netto verkoopopbrengst | 196.463 | 381.571 |
| Toegerekende organisatiekosten | -115.731 | -115.104 |
| 80.732 | 266.467 |
De verkoopopbrengst betreft 5 verkochte woningen (2024: 7). De gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkopen bedraagt in 2025 € 1,0 miljoen (2024:€ 0,9 miljoen).
17. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Waardeverandering onrendabele investeringen in vastgoed in ontwikkeling | 4.149.552 | -8.052.565 |
| Waardeverandering onrendabele investeringen in vastgoed in exploitatie | 9.172.167 | -27.611.463 |
| 13.321.719 | -35.664.028 |
18. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Waardeveranderingen DAEB vastgoed in exploitatie | -5.650.218 | -90.100.627 |
| Waardeveranderingen Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | -2.169.854 | -3.037.583 |
| -7.820.072 | -93.138.210 |
19. Overige organisatiekosten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Kosten uit hoofde van governance | 325.449 | 334.187 |
| Advieskosten | 0 | 0 |
| Overige organisatiekosten | 190.770 | 153.939 |
| Toegerekende organisatiekosten | 1.080.467 | 1.028.568 |
| 1.596.686 | 1.516.693 |
Accountantskosten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 187.550 | 182.952 |
| Andere controlewerkzaamheden | 9.680 | 11.253 |
| 197.230 | 194.205 |
Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 uitgevoerd door Deloitte, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende 2025 zijn verricht. Naast de controle van de jaarrekening is door de accountant de controle van de dVi 2025 uitgevoerd.
20. Kosten omtrent leefbaarheid
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Kosten leefbaarheid | 423.584 | 453.822 |
| Toegerekende organisatiekosten | 443.090 | 278.824 |
| 866.674 | 732.646 |
Totaal van financiële baten en lasten
21. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 30.791 | 1.894 |
| 30.791 | 1.894 |
22. Rentelasten en soortgelijke kosten
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Rente op leningen overheid en banken | 5.772.628 | 5.215.325 |
| Borgstellingsvergoeding | 42.361 | 39.202 |
| Overige rentelasten en soortgelijke kosten | -52.632 | 3.931 |
| 5.762.357 | 5.258.458 |
23. Belastingen
Aansluiting commercieel en fiscaal resultaat:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Commercieel resultaat voor belastingen | 14.555.000 | 64.618.440 |
| Bij: | ||
| Correctie boekwinst verkopen | 467.508 | 395.888 |
| Lagere dotatie voorzieningen | 11.124.499 | |
| Vrijval (dis)agio leningen | -119.923 | -31.265 |
| Beperkt aftrekbare kosten | 14.411 | 13.121 |
| Generieke renteaftrekbeperking | 628.921 | 3.924.394 |
| Af: | ||
| Correctie afschrijvingen | -423.854 | -554.670 |
| Correctie waardeveranderingen | -51.919.991 | |
| Correctie onderhoudslasten | -10.096.499 | -10.921.208 |
| Correctie dotatie voorzieningen | 0 | -40.040 |
| Correctie huurderving | -74.531 | |
| Dotatie herinvesteringsreserve | -684.742 | -788.390 |
| Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek | 0 | -5.440 |
| Belastbaar bedrag voor verliesverrekening | 15.390.790 | 4.690.839 |
| Af: Te verrekenen verliezen | 0 | 0 |
| Belastbaar bedrag na verliesverrekening | 15.390.790 | 4.690.839 |
| Acute belastinglast | 529.212 | -1.277.636 |
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting 2025 | 3.957.000 | 1.197.000 |
| Vennootschapsbelasting 2024 | 286.000 | 61.000 |
| Vennootschapsbelasting 2023 | 0 | 20.000 |
| Vennootschapsbelasting 2022 | 0 | 0 |
| Vennootschapsbelasting 2021 | 0 | 0 |
| Vennootschapsbelasting 2020 | 0 | 0 |
| Vennootschapsbelasting 2019 | 0 | 0 |
| Mutatie latente belastingvorderingen | -211.415 | 180.000 |
| Mutatie latente belastingverplichtingen | -2.818.000 | -1.000 |
| 1.213.585 | 1.457.000 |
Het toepasselijk belastingtarief bedraagt 25,8% (2024: 25,8%). Het effectieve belastingtarief bedraagt 14,3% (2024: 2,1%). De hogere effectieve belastingdruk wordt met name veroorzaakt door de correctie waardeveranderingen en fiscaal hogere onderhoudslast ten opzichte van de jaarrekening en de vrijval van de onderhoudsvoorziening. Patrimonium hanteert een voorzichtig uitgangspunt t.a.v.het onderscheid onderhoud versus Investeringen in de fiscale positie. In de definitieve aangifte wordt hier met meer diepgang naar gekeken.
Transacties met verbonden partijen
Op 15 augustus 2025 is de vereniging Groningen Huurt bij notariële akte opgericht. Patrimonium Groningen is tezamen met de 9 andere oprichters bij de akte van oprichting benoemd als lid van het algemeen bestuur. Groningen Huurt is een vereniging en is een samenwerkingsverband van woningcorporaties en stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 lid 2 sub j van de Woningwet en meer in het bijzonder door ten behoeve van de woningcorporaties die lid zijn van de vereniging een systeem te verkrijgen en exploiteren waarmee woningzoekenden zich centraal kunnen inschrijven voor verhuurbare eenheden van haar leden in de provincie Groningen en met behulp van welk systeem de huurwoningen worden verdeeld (een woonruimte-verdeelsysteem). Vooraf heeft Aw goedkeuring gegeven voor het aangaan van de verbinding.
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Samenstelling geldmiddelen
| Liquide middelen per 31 december 2024 | 3.604.947 | |
|---|---|---|
| Zeer liquide effecten per 31 december 2024 | 0 | |
| Geldmiddelen per 31 december 2024 volgens het kasstroomoverzicht | 3.604.947 | |
| Balansmutatie geldmiddelen in 2025 | 4.877.024 | |
| Liquide middelen per 31 december 2025 | 8.481.971 | |
| Zeer liquide effecten per 31 december 2025 | 0 | |
| Geldmiddelen per 31 december 2025 volgens het kasstroomoverzicht | 8.481.971 |
Van de per 31 december 2025 aanwezige geldmiddelen is een bedrag van € 8.481.971 (31 december 2024: € 3.604.844 ) vrij beschikbaar.
Toelichting op kasstromen
De geldmiddelen staan vrij ter beschikking van Patrimonium Groningen. De overige ontvangsten MVA betreft de ontvangen subsidie van het Rijk inzake aardbevingscompensatie. In 2024 heeft de DAEB-tak een bedrag van € 673.167 voorgefinancierd aan de niet-DAEB-tak. Deze voorfinanciering is in 2025 volledig terugbetaald.
Overige toelichtingen
Verantwoording Wet Normering Topinkomens
De WNT is van toepassing op Patrimonium Groningen. Het voor Patrimonium Groningen toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 206.000 (2024: € € 195.000). Dit betreft het bezoldigingsmaximum volgens klasse F. Per 1 januari 2025 bedraagt de vergoeding 14.832 voor de leden van de raad en 22.248 voor de voorzitter (90% van de VTW-adviesregeling Klasse F)
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
| Bedragen x € 1 | S.J. Krajenbrink |
|---|---|
| Functiegegevens | Bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | 01/01 – 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 |
| Dienstbetrekking? | Ja |
| Bezoldiging | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 162.988 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.362 |
| Subtotaal | 185.350 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 206.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. |
| Bezoldiging | 185.350 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. |
| Gegevens 2024 | |
| Functiegegevens | Bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 01/01 – 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 |
| Dienstbetrekking? | Ja |
| Bezoldiging | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 152.874 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.626 |
| Subtotaal | 175.500 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 195.000 |
| Bezoldiging | 175.500 |
Toezichthoudende topfunctionarissen
| Bedragen x € 1 | Dhr P.J.J.M. Roelofs | Dhr J.J. Blüm | Mw. S. Kromdijk | Dhr P. Veenstra | Mw. W.S. Beernink |
|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2025 | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] |
| Bezoldiging | |||||
| Beloning | 22.248 | 14.832 | 14.832 | 14.832 | 14.832 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 30.900 | 20.600 | 20.600 | 20.600 | 20.600 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Bezoldiging | 22.248 | 14.832 | 14.832 | 14.832 | 14.832 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Bedragen x € 1 | Dhr P.J.J.M. Roelofs | Dhr J.J. Blüm | Mw. S. Kromdijk | Dhr P. Veenstra | Mw. R.C.E.J. van den Hoogen - Lensen | Mw. W.S. Beernink | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | ||
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [31-12] | [01-01] t/m [30-6] | [01-07] t/m [31-12] | ||
| Bezoldiging | ||||||||
| Beloning | 21.060 | 14.040 | 14.040 | 14.040 | 7.020 | 7.020 | ||
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 29.250 | 19.500 | 19.500 | 19.500 | 9.750 | 9.750 | ||
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Bezoldiging | 21.060 | 14.040 | 14.040 | 14.040 | 7.020 | 7.020 | ||
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ||
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
Gescheiden verantwoording DAEB / NIET-DAEB
Balans DAEB per 31 december 2025
| Activa | 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | ||||
| Vastgoedbeleggingen | ||||
| DAEB-vastgoed in exploitatie | 1.065.936.445 | 1.035.567.707 | ||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.047.522 | 2.803.621 | ||
| 1.066.983.967 | 1.038.371.328 | |||
| Materiële vaste activa | ||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 1.173.606 | 933.372 | ||
| 1.173.606 | 933.372 | |||
| Financiële vaste activa | ||||
| Netto vermogenswaarde niet-DAEB | 36.750.797 | 33.453.044 | ||
| Interne lening | 9.768.000 | 10.461.000 | ||
| Latente belastingvorderingen | 928.528 | 716.528 | ||
| Overige effecten | 1.219 | 1.219 | ||
| 47.448.544 | 44.631.791 | |||
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | ||||
| Overige voorraden | 149.184 | 219.125 | ||
| 149.184 | 219.125 | |||
| Vorderingen | ||||
| Huurdebiteuren | 366.532 | 404.614 | ||
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 0 | 0 | ||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 1.064.184 | 1.605.811 | ||
| Overige vorderingen | 0 | 0 | ||
| Overlopende activa | 899.333 | 817.637 | ||
| 2.330.049 | 2.828.062 | |||
| Liquide middelen | 4.716.516 | -472.516 | ||
| Totaal van activa | 1.122.801.865 | 1.086.511.162 | ||
| Passiva | 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | ||||
| Herwaarderingsreserve | 722.501.425 | 712.078.091 | ||
| Overige reserves | 90.229.758 | 93.403.323 | ||
| Totaal van eigen vermogen | 812.731.183 | 805.481.414 | ||
| Voorzieningen | ||||
| Voorziening onrendabele investeringen | 38.047.284 | 34.542.223 | ||
| Latente belastingverplichtingen | 0 | 2.696.826 | ||
| Overige voorzieningen | 417.747 | 407.503 | ||
| Totaal van voorzieningen | 38.465.031 | 37.646.552 | ||
| Langlopende schulden | ||||
| Schulden aan overheid | 2.659.508 | 3.085.961 | ||
| Schulden aan banken | 238.913.707 | 221.084.893 | ||
| Totaal van langlopende schulden | 241.573.215 | 224.170.854 | ||
| Kortlopende schulden | ||||
| Schulden aan overheid | 426.453 | 407.524 | ||
| Schulden aan banken | 10.171.186 | 7.676.670 | ||
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 2.920.972 | 3.312.550 | ||
| Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen | 1.661.421 | 1.856.751 | ||
| Schulden ter zake van pensioenen | 65.468 | 55.549 | ||
| Overige schulden | 11.422.832 | 3.670.277 | ||
| Overlopende passiva | 3.364.104 | 2.233.023 | ||
| Totaal van kortlopende schulden | 30.032.436 | 19.212.343 | ||
| Totaal van passiva | 1.122.801.865 | 1.086.511.162 | ||
Balans niet-DAEB per 31 december 2025
| Activa | 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | ||||
| Vastgoedbeleggingen | ||||
| Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie | 44.505.845 | 41.827.078 | ||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 0 | 0 | ||
| 44.505.845 | 41.827.078 | |||
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | ||||
| Overige voorraden | 2.580 | 3.790 | ||
| 2.580 | 3.790 | |||
| Vorderingen | ||||
| Huurdebiteuren | 22.682 | 24.835 | ||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 47.816 | 72.152 | ||
| Overige vorderingen | 0 | 0 | ||
| Overlopende activa | 51.384 | 27.029 | ||
| 121.882 | 124.016 | |||
| Liquide middelen | 3.765.455 | 4.077.463 | ||
| Totaal van activa | 48.395.762 | 46.032.348 | ||
| Passiva | 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | ||||
| Herwaarderingsreserve | 27.510.652 | 26.499.175 | ||
| Overige reserves | 9.240.145 | 6.953.869 | ||
| Totaal van eigen vermogen | 36.750.797 | 33.453.044 | ||
| Voorzieningen | ||||
| Voorziening onrendabele investeringen | 549.878 | 115.000 | ||
| Latente belastingverplichtingen | 0 | 121.174 | ||
| Overige voorzieningen | 13.810 | 13.471 | ||
| Totaal van voorzieningen | 563.688 | 249.645 | ||
| Langlopende schulden | ||||
| Schulden aan banken | 426.320 | 449.680 | ||
| Interne lening | 9.768.000 | 10.461.000 | ||
| Totaal van langlopende schulden | 10.194.320 | 10.910.680 | ||
| Kortlopende schulden | ||||
| Schulden aan banken | 23.360 | 23.360 | ||
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 118.214 | 109.506 | ||
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 0 | 0 | ||
| Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen | 55.313 | 61.798 | ||
| Schulden ter zake van pensioenen | 2.234 | 1.896 | ||
| Overige schulden | 648.266 | 1.179.675 | ||
| Overlopende passiva | 39.569 | 42.744 | ||
| Totaal van kortlopende schulden | 886.957 | 1.418.979 | ||
| Totaal van passiva | 48.395.762 | 46.032.349 | ||
Winst- en verliesrekening DAEB over 2025
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Huuropbrengsten | 45.829.026 | 43.147.144 | ||
| Opbrengsten servicecontracten | 3.040.537 | 2.963.705 | ||
| Lasten servicecontracten | -3.047.806 | -2.900.122 | ||
| Lasten verhuur- en beheeractiviteiten | -2.728.313 | -2.175.887 | ||
| Lasten onderhoudsactiviteiten | -18.099.267 | -18.464.789 | ||
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | -5.168.464 | -4.669.597 | ||
| Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 19.825.713 | 17.900.455 | ||
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 1.217.879 | 1.396.691 | ||
| Toegerekende organisatiekosten | -112.028 | -111.368 | ||
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -1.011.251 | -930.878 | ||
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 94.600 | 354.445 | ||
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -12.528.735 | -35.549.028 | ||
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 5.650.218 | 90.100.627 | ||
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -6.878.517 | 54.551.599 | ||
| Overige organisatiekosten | -1.544.934 | -1.466.959 | ||
| Kosten omtrent leefbaarheid | -833.858 | -703.627 | ||
| Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 220.961 | 205.937 | ||
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -5.757.198 | -5.252.404 | ||
| Totaal van financiële baten en lasten | -5.536.237 | -5.046.467 | ||
| Totaal van resultaat vóór belastingen | 5.126.767 | 65.589.446 | ||
| Belastingen | -1.174.750 | -1.409.704 | ||
| Resultaat uit deelnemingen | 3.297.754 | 4.535.888 | ||
| Totaal van resultaat na belastingen | 7.249.770 | 68.715.630 | ||
Winst- en verliesrekening niet-DAEB over 2025
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Huuropbrengsten | 2.836.053 | 2.648.322 | ||
| Opbrengsten servicecontracten | 154.807 | 142.078 | ||
| Lasten servicecontracten | -109.059 | -134.832 | ||
| Lasten verhuur- en beheeractiviteiten | -90.656 | -73.641 | ||
| Lasten onderhoudsactiviteiten | -366.803 | -387.832 | ||
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | -170.858 | -156.668 | ||
| Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 2.253.483 | 2.037.426 | ||
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | -10.165 | 171.353 | ||
| Toegerekende organisatiekosten | -3.703 | -3.736 | ||
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -255.594 | |||
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | -13.868 | -87.978 | ||
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -792.983 | -115.000 | ||
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 2.169.853 | 3.037.583 | ||
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 1.376.870 | 2.922.583 | ||
| Overige organisatiekosten | -51.752 | -51.752 | -49.732 | |
| Kosten omtrent leefbaarheid | -32.817 | -32.817 | -29.019 | |
| Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 1.232 | 76 | ||
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -196.560 | -210.172 | ||
| Totaal van financiële baten en lasten | -195.328 | -210.096 | ||
| Totaal van resultaat vóór belastingen | 3.336.589 | 4.583.185 | ||
| Belastingen | -38.835 | -47.296 | ||
| Totaal van resultaat na belastingen | 3.297.754 | 4.535.887 | ||
Kasstroomoverzicht DAEB over 2025
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||||
| Ontvangsten | ||||
| Huurontvangsten | 45.584.768 | 42.843.163 | ||
| Vergoedingen | 2.971.980 | 2.721.044 | ||
| Overige bedrijfsontvangsten | 165.074 | 172.750 | ||
| Ontvangen interest | 191.436 | 204.118 | ||
| Saldo ingaande kasstromen | 48.913.257 | 45.941.076 | ||
| Uitgaven | ||||
| Betalingen aan werknemers | 5.612.846 | 4.883.069 | ||
| Onderhoudsuitgaven | 14.394.224 | 13.902.716 | ||
| Overige bedrijfsuitgaven | 9.826.554 | 11.314.015 | ||
| Betaalde interest | 5.258.487 | 5.302.503 | ||
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 122.815 | 65.284 | ||
| Verhuurderheffing | 0 | 0 | ||
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden | 396.347 | 389.496 | ||
| Vennootschapsbelasting | 3.519.483 | 405.282 | ||
| Saldo uitgaande kasstromen | 39.130.757 | 36.262.366 | ||
| Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten | 9.782.500 | 9.678.710 | ||
| (Des)investeringsactiviteiten | ||||
| MVA ingaande kasstroom | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur, woon en niet woongelegenheden DAEB | 1.217.834 | 1.356.907 | ||
| (Des)Investeringsontvangsten overig/ subsidieontvangsten | 6.233.829 | |||
| Tussentelling ingaande kasstroom MVA | 7.451.663 | 1.356.907 | ||
| MVA uitgaande kasstroom | ||||
| Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB | 6.843.879 | 4.414.763 | ||
| Aankopen | 0 | 0 | ||
| Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden DAEB | 26.385.408 | 26.209.768 | ||
| Investeringen overig | 53.512 | -64.686 | ||
| Tussentelling uitgaande kasstroom MVA | 33.282.799 | 30.559.845 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -25.831.136 | -29.202.938 | ||
| FVA | ||||
| Ontvangsten overig | 0 | 0 | ||
| Uitgaven overig | 0 | 0 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa | 0 | 0 | ||
| Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten | -25.831.136 | -29.202.939 | ||
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Ingaand | ||||
| Nieuwe te borgen leningen | 25.000.000 | 23.000.000 | ||
| Opname roll-over lening | 27.000.000 | 0 | ||
| Aflossing interne lening DAEB | 1.366.167 | 693.000 | ||
| Uitgaand | ||||
| Aflossing geborgde leningen | 32.128.500 | 11.296.750 | ||
| Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten | 21.237.667 | 12.396.250 | ||
| Mutatie van geldmiddelen | 5.189.031 | -7.127.979 | ||
| Wijziging kortgeld | 0 | 0 | ||
| Geldmiddelen per 1 januari | -472.516 | 6.499.333 | ||
| Geldmiddelen per 31 december | 4.716.515 | -628.646 | ||
Kasstroomoverzicht niet-DAEB over 2025
| 2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
| Operationele activiteiten | ||||
| Ontvangsten | ||||
| Huurontvangsten | 2.820.937 | 2.629.664 | ||
| Vergoedingen | 151.316 | 453.140 | ||
| Overige bedrijfsontvangsten | 4.930 | 5.159 | ||
| Saldo ingaande kasstromen | 2.977.184 | 3.087.963 | ||
| Uitgaven | ||||
| Betalingen aan werknemers | 197.554 | 171.868 | ||
| Onderhoudsuitgaven | 607.891 | 240.434 | ||
| Overige bedrijfsuitgaven | 447.126 | 434.703 | ||
| Betaalde interest | 196.617 | 209.652 | ||
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 4.323 | 2.298 | ||
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden | 18.242 | 17.927 | ||
| Vennootschapsbelasting | 158.138 | 18.210 | ||
| Saldo uitgaande kasstromen | 1.629.891 | 1.095.090 | ||
| Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten | 1.347.293 | 1.992.872 | ||
| (Des)investeringsactiviteiten | ||||
| MVA ingaande kasstroom | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur, woon en niet woongelegenheden niet-DAEB | -9.549 | 211.860 | ||
| (Des)Investeringsontvangsten overig/ subsidieontvangsten | 206.077 | |||
| Tussentelling ingaande kasstroom MVA | 196.528 | 211.860 | ||
| MVA uitgaande kasstroom | ||||
| Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB | 95.680 | 0 | ||
| Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB | 368.853 | 10.604 | ||
| Investeringen overig | 1.769 | 0 | ||
| Tussentelling uitgaande kasstroom MVA | 466.302 | 10.604 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -269.774 | 201.256 | ||
| FVA | ||||
| Ontvangsten overig | 0 | 0 | ||
| Uitgaven overig | 0 | 0 | ||
| Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa | 0 | 0 | ||
| Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten | -269.774 | 201.256 | ||
| Financieringsactiviteiten | ||||
| Ingaand | ||||
| Nieuwe ongeborgde leningen | 0 | 0 | ||
| Uitgaand | ||||
| Aflossing ongeborgde leningen | 23.360 | 23.360 | ||
| Aflossing interne lening DAEB | 1.366.167 | 693.000 | ||
| Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten | 1.389.527 | 716.360 | ||
| Mutatie van geldmiddelen | -312.008 | 1.477.768 | ||
| Wijziging kortgeld | 0 | 0 | ||
| Geldmiddelen per 1 januari | 4.077.463 | 2.755.640 | ||
| Geldmiddelen per 31 december | 3.765.455 | 4.233.408 | ||
Ondertekening van de jaarrekening
Bestuur
De jaarrekening van Patrimonium Groningen is opgesteld door het bestuur op 8 juni 2026.
S.J. Krajenbrink
bestuurder
Raad van commissarissen
De jaarrekening van Patrimonium Groningen is vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 8 juni 2026.
Dhr P.J.J.M. Roelofs Voorzitter
Dhr J.J. Blüm Lid
Mw. S. Kromdijk Lid
Dhr P. Veenstra Lid
Mw. W.S. Beernink Lid